Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

VAN DE GRONDRENTE.

Art. 12. Elk bij het in werking treden dezer wet tiendplichtig kadastraal perceel, waarvan niet is kunnen worden aangetoond dat het, in de laatste 30 aan evenbedoeld tijdstip voorafgegane jaren, nimmer tot het kweeken van eenige akker- of tuinvrucht is aangewend, wordt ten behoeve van het Rijk belast met eene grondrente, uitmakende 47s % van het bedrag der schadeloosstelling, welke wegens de opheffing der op dat perceel tot dusver nog rustende tiendplichtigheid, ingevolge het bepaalde in art. 3, aan hoofdsom en rente van rijkswege moet worden uitgekeerd.

Art. 13. Deze grondrente wordt, tot zoodanig bedrag als voor elk tot dusver tiendplichtig kadastraal perceel, dat volgens het vorig artikel daarvoor in aanmerking komt, op natenoemen wijze zal zijn vastgesteld, in de openbare registers ingeschreven en zal rang nemen boven alle andere privaatrechtelijke zakelijke lasten, waarmee dit perceel na het in werking treden dezer wet overigens nog mocht zijn of worden bezwaard, en waarvan niet kan aangetoond worden dat zij eerder dan het tiendrecht gevestigd waren.

Art. 14. Bij splitsing van het perceel, waarop deze grondrente is ingeschreven, wordt zp verdeeld over de daaruit voortgekomen nieuwe perceelen, naar evenredigheid der kadastrale grootte van elk dezer laatsten.

Art. 15. Zij zal door betaling van 25 maal haar bedrag kunnen worden afgekocht.

Art. 16. De volgens het bepaalde bij artt. 12 en 13 op eenig kadastraal perceel ingeschreven grondrente is voor het eerst verschuldigd over het jaar, volgende op dat, waarin de schadeloosstelling wegens de opheffing der op dit perceel rustende tiendplichtigheid opeischbaar is.

Het bepaalde bij art. 48 eerste lid der wet van 26 Mei 1870 Stbl. n°. 82, betrekkelijk de grondbelasting, is op deze grondrente niet van toepassing.

Art. 17. Het bedrag dezer grondrente wordt op het aanslagbillet der grondbelasting, dat eenig met haar bezwaard perceel betreft, afzonderlijk vermeld en tegelijk met deze ingevorderd.

Voor perceelen, welke van het betalen dier belasting z\jn vrijgesteld of ontheven, zal haar bedrag uiterlijk op den laatsten dag van elk jaar voldaan 'moeten zy'n ten kantore van den ontvanger der directe belastingen, binnen wiens ambtskring het plichtige perceel gelegen is.

Opcenten worden daarvan niet geheven.

Sluiten