Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vóór het verstrijken van den in het voorgaand artikel gestelden termijn, worden na afloop daarvan geacht, reeds vóór het in werking treden dezer wet, van die plichtigheid bevind te zijn geweest.

Aht. 28. Elke Tiendcommissie draagt zorg dat, bij het in werking treden dezer wet, belanghebbenden aan den inhoud der beide voorgaande artikelen worden herinnerd door eene dien inhoud woordelijk weergevende openbare aankondiging in drie der meest gelezen gewestelijke nieuwsbladen uit verschillende deelen harer provincie, welke, telkens met tusschenpoozen van 14 dagen, daarin vijf malen zal moeten worden herhaald.

Art. 29. Het ingevuld vragenformulier, in het eerste lid van art. 2f> bedoeld, wordt met do daartoe behuorende stukken ingeleverd bij den voorzitter der Tiendcommissie, binnen wier gebied het geheel of een deel der gronden is gelegen, waarover, volgens hem die de aangifte doet, het recht tot tiendheffing, ter zake van welks opheffing aanspraak op schadeloosstelling wordt gemaakt, bij het inwerking treden dezer wet zich uitstrekte.

Deze geeft daarvan een gedagteekend ontvangbewijs af.

Yan de ingevolge art. 26 bij den voorzitter eener Tiendcommissie ingeleverde opgaven, mededeelingen en bescheiden wordt door dezen, ten tyde en ter plaatse door hom te bepalen, op schriftelijke aanvrage van belanghebbenden, inzage en, tegen betaling der kosten, ook afschrift verstrekt.

Art. 30. Elke Tiendcommissie brengt den zakelijken inhoud van iedere bij haren voorzitter ingekomen aangifte — onder vermelding van den aard der bewijsgronden, waarop daarbij een beroep werd gedaan — over op een, naar de aanwijzingen van Onzen Minister van Financien ingericht borderel, en doet een afdruk van dat borderel toekomen aan den bewaarder der hypotheken, binnen wiens ambtskling de gronden zijn gelegen, wier tot dusver bestaande tiendplichtigheid, volgens de daarin overgenomen aangifte, door het bepaalde in art. 1 dezer wet zou zijn opgeheven.

Binnen 45 dagen na de ontvangst van den in het vorig lid bedoelden afdruk, verschaft de hypotheekbewaarder aan den voorzitter der Tiendcommissie, door welke hem dat stuk werd toegezonden, eene schriftelijke opgave van de namen en de woonplaatsen der personen, aan wie, volgens het bepaalde onder letters a en b van liet volgend artikel zoodanige afdruk mede zal moeten worden toegezonden.

Sluiten