Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 31. Elke Tiendcommissie doet voorts, binnen uiterlijk 90 dagen nadat eene aangifte als bedoeld in art. 26 bij haren voorzitter is ingekomen, een afdruk van het daaruit door haar samengesteld borderel by aangeteekenden brief toekomen:

a. aan hen, die op eenig perceel, dat in voornoemde aangifte als tot dusver tiendplichtig is vermeld, volgens do openbare registers eigendom, medeeigendom, hypotheek of eenig zakelijk recht tot vruchtgenot kunnen doen gelden;

b. aan hen, die zonder te behooren tot de zooeven onder a omschreven groep van belanghebbenden, wegens eenig perceel aldaar bedoeld, voor het loopende jaar niettemin zijn aangeslagen in de rijksgrondbelasting.

Bij de toezending van den bovenbedoelden afdruk, worden belanghebbenden door de Tiendcommissie tevens herinnerd aan den inhoud van het bepaalde bij de artt. 33, 34 en 35.

Art. 32. Elke Tiendcommissie draagt bovendien zorg dat, vóór het verstrijken van den in het vorig artikel gestelden termijn, ten raadhuize van elke gemeente, binnen wier gebied eenig als tot dusver tiendplichtig bij haar aangegeven perceel gelegen is, voor een ieder afdrukken verkrijgbaar zijn van het door haar opgemaakte borderel, betreffende de be weerde opgeheven tiendplichtigheid van dat perceel.

Van het algemeen verkrijgbaar zijn dezer afdrukken doet zij, in drie der meest gelezen gewestelijke nieuwsbladen uit verschillende deelen van de provincie, binnen welke de bovenbedoelde gemeenten zijn gelegen, eene openbare aankondiging, welke telkens met tusschenpoozen van drie weken daarin vijfmaal zal moeten worden herhaald. Bij die aankondiging worden belanghebbenden door de Tiendcommissie tevens herinnerd aan den inhoud van het bepaalde by de artt. 33, 34 en 35.

Art. 33. Zoolang niet een vol jaar is verloopen sinds het tijdstip, waarop deze wet in werking trad, zullen de onder letter a en b van art. 31 bedoelde personen zoowel als ieder ander belanghebbende bij de perceelen, welke in eenige aangifte als tot dusver tiendplichtig zyn opgegeven, zich schriftelijk kunnen wenden tot den voorzitter der Tiendcommissie, bij wien deze aangifte is ingeleverd, met al zoodanige bezwaren, opmerkingen, mededeelingen of verzoeken, als zij van hun belang mochten oordeelen ter kennis te brengen van de betrokken Tiend- of Schattingscommissie alvorens deze ten aanzien der voormelde aangifte aan de bepalingen der wet uitvoering geven.

Sluiten