Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeling, binnen de eerstvolgende acht dagen, aan laatstbedoelden ter door hen gekozene woonplaats worden beteekend.

Art. 46. Zoowel degene, door of namens wien van het recht tot tiendheffing aangifte werd gedaan, als elk van hen, aan wie, ingevolge het bepaalde bij het vorig artikel, de Tiendcommissie haar aldaar bedoeld besluit bovendien heeft medetedeelen, en op wien niet het bepaalde in art. 42 van toepassing is, zal, indien hij zich door dat besluit bezwaard acht, binnen 45 dagen na den dag, waarop hem door de Tiendcommissie een afschrift daarvan is toegezonden of beteekend, het Rijk in den persoon des voorzitters van laatstgenoemde Commissie op een termijn van 21 dagen kunnen dagvaarden vóór den burgerlijken rechter, ten einde van dezen omtrent de juistheid van het door de Tiendcommissie, bij haar bestreden besluit, op de in het tweede lid van het vorig artikel bedoelde vraag gegeven antwoord, eene uitspraak te verkrijgen, welke bindend zal zijn voor alle bij de uitvoering dezer wet betrokken of belanghebbende personen.

Aan elk der andere, tot het instellen van zoodanige vordering hierboven bevoegd verklaarde personen zal het ter bewaring zijner rechten vrijstaan, zich als gevoegde of tusschenkomende partij in het te voeren geding te mengen.

Te dien einde zal een afschrift der dagvaarding binnen 8 dagen nadat zij is geschied, door den voorzitter der Tiendcommissie aan elk der evengenoemde personen bij aangeteekenden brief worden toegezonden en, voor zooverre deze brieven niet binnen 8 dagen door of namens de geadresseerden mochten zijn afgehaald, vóór den dienenden dag, aan laatstgenoemden ter door hen gekozen woonplaats, bij deurwaardersexploit worden beteekend.

Art. 47. Is, binnen den in het eerste lid van het vorig artikel gestelden termijn, aan den voorzitter der Tiendcommissie, ter zake van eenig door haar genomen besluit als bedoeld in art. 45, geene dagvaarding beteekend, dan zal tegen den inhoud van zoodanig besluit geene voorziening, van welken aard ook, meer zijn toegelaten, en zal hetgeen omtrent de geldigheid, den aard en den omvang van eenig recht tot tiendheffing daarbij door de Tiendcommissie werd aangenomen, voor de verdere uitvoering dezer wet onherroepelijk vaststaan.

Art. 48. De ingevolge het bepaalde in artikel 46 te voeren rechtsgedingen zullen in het eerste en laatste ressort worden berecht door het Gerechtshof, binnen welks rechtsgebied het geheel of een deel der gronden is gelegen, omtrent wier door het in werking

Sluiten