Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mededeeling of beteekening is uitgegaan, die daarvan kennis geeft, op de in het laatste lid van het Vorig artikel vermelde wijze, aan elk der andere, tot het inbrengen van bezwaren tegen het bestreden besluit, hierboven bevoegd verklaarde personen, en het onderzoek naaide gegrondheid der bij hem ingekomen bezwaren zoo spoedig mogelijk bij de in het volgend artikel bedoelde Commissie aanhangig maakt.

Is, binnen den gestelden termijn, geen bezwaarschrift ingekomen tegen een der in het vorig artikel bedoelde besluiten, dan zal daartegen geene voorziening meer openstaan, en zal hetgeen daarbij door de Schattingscommissie werd aangenomen voor de verdere uitvoering dezer wet onherroepelijk vaststaan.

Hij, die is opgekomen tegen de juistheid van een besluit, dat betrekking heeft op eenig perceel, als bedoeld onder a van art. 5, zal in zijn beroep niet ontvankelijk wezen, indien daarbij niet tevens is aangeduid, welke veranderingen, in verband met de door hem gewenschte verbeteringen van het bestreden besluit, naar zijn oordeel mede noodzakelijk zijn in de andere besluiten, betrekking hebbende op de overige perceelen, die met liet bovenbedoelde tot hetzelfde complex hebben behoord en tot de tiendopbrengst van dat complex in één of meer der laatste vijftien jaren hebben bijgedragen.

Art. 60. De juistheid van de in ait. 57 bedoelde besluiten der Schattingscommissiën, tegen welke bezwaren zijn ingebracht, wordt nader onderzocht en beoordeeld door eeno Commissie van Beroep, bestaande uit een voorzitter of zijn plaatsvervanger, aantewijzen door en uit de leden der Tiendcommissie, binnen wier ambtskring het district der betrokken Schattingscommissie is gelegen, en twee leden of hunne plaatsvervangers, waarvan één lid en zijn plaatsvervanger aantewijzen door doch niet uit de leden van de Schattingscommissie, tegen wier uitspraak bezwaren zijn ingebracht, en één lid en zijn plaatsvervanger aantewijzen door de Schattingscommissie van een deiaangrenzende districten, op uitnoodiging der Tiendcommissie, zoo even bedoeld.

Art. 61. De Commissie van Beroep doet aan elk van hen, die volgens art. 59 tot het inbrengen van bezwaren bevoegd waren, mededeeling, op welken tijd en waar ter plaatse deze hunne belangen mondeling zoowel als schriftelijk aan haar zullen kunnen voordragen.

Zij zal gelijke bevoegdheid kunnen doen gelden, als bij art. 44 aan de Schattingscommissiën is toegekend.

Op haar is mede toepasselijk hetgeen bij art. 23, 24 en 25 tweede lid ten aanzien der Schattingscommissiën is bepaald.

Sluiten