Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Toelichting:.

ALGEMEENE BESCHOUWINGEN.

Rechtskarakter van den voorgestelden wettelijken maatregel.

In de inleidende bepaling van art. 1 wordt aanstonds duidelijk te kennen gegeven wat het rechtskarakter is van den wettelijken maatregel, welke in het Ontwerp wordt voorgesteld om het landbouwbedrijf hier te lande thans eens en voor goed te bevrijden van den druk der tienden, die, ondanks de wet van 1872, in zoovele streken van ons vaderland daarop tot nogtoe is blijven bestaan.

De Staat treedt hier regelend op, niet om binnen den kring der bestaande wetgeving de thans nog bestaande tienden te zijnen behoeve te naasten, aftekoopen of te onteigenen, maar om aan deze, schier overal elders niet meer bestaande, den landbouwer in diens bedryf belemmerende en aan diens rechtszin sinds lang ontgroeide schuldplichtigheid van den akkergrond, in het vervolg de rechtsbescherming te kunnen onthouden, waarop zij, die tot zoodanige heffing bevoegd waren, tot dusver een privaatrechtelijke aanspraak konden doen gelden.

Na het in werking treden dezer bepaling zal aan het rechtsbestaan der tienden een eind zijn gemaakt. Zij gaan niet over op den Staat, maar vervallen, worden opgeheven. De tot het heffen van tiend, als de uitoefening van eenig privaatrecht, onontbeerlijke erkenning en bescherming van staatswege wordt aan dezen vorm van grondscliuldplichtigheid voor het vervolg wettelijk ontzegd.

Met de enkele opheffing der tot dusver hier te lande nog geldende tienden kan de wetgever intusschen allerminst volstaan. Hij heeft tevens te zorgen, dat door zoodanig wettelijk ingrypen in bestaande rechtsverhoudingen de personen, ten behoeve van wie, als een volkomen wettig bestanddeel van hun bijzonder vermogen, eenig recht tot tiendheffing tot dusver gold, niet onnoodig in hunne geldelijke belangen geschaad, dat de belanghebbenden by den grond, waarvan sinds jaren volkomen geldig tiend werd gelieven, niet onredelijk ten koste der daartoe tot dusver gerechtigden gebaat worden.

Waar dus de Staat als wetgever de bescherming des rechts van elke tot nogtoe

Sluiten