Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdsom cn rente door hem is uitgekeerd.

Aan de toepassing van dien regel zullen echter kunnen worden onttrokken de perceelen, ten aanzien waarvan aannemelijk kan worden gemaakt dat het daarop tot dusver bestaan hebbend tiendrecht althans in de laatste 30 jaren onafgebroken heeft geslapen.

Bij de redactie dezer uitzonderingsbepaling heeft men er naar gestreefd, aan het daarin vervatte denkbeeld eene zoodanige uitdrukking te geven, dat geenszins op vrijdom van grondrente zal kunnen worden aanspraak gemaakt ten behoeve van perceelen, die alleen ten gevolge der bijzondere bestemming, waartoe zij ter ontkoming aan den tiend werden aangewend, in de laatste 30 jaren den heffer geene inkomsten hebben opgeleverd. Dientengevolge zal elk tot dusver tiendplichtig perceel, dat in een of meer der laatste 30 jaren als akker- of warmuezeniersgrond is gebruikt, voor het vestigen der tiendvervangende grondrente in aanmerking komen, onafhankelijk van de vraag, of daaruit in die jaren wel ooit eenige tiend is geheven kunnen worden.

Onbillijk is dit inderdaad niet. Immers, ook al mocht zoodanig perceel tot dusver nooit eenigen tiend hebben opgebracht, dan zou daaruit toch alleen maar blijken, dat het tiendrecht op dien akker- of tuingrond niet in eigenlijken zin heeft geslapen, maar slechts heeft gerust tengevolge der beperking, welke de gebruiker van dien grond, bij de keuze der daarop te kweeken vruchten zich kennelijk heeft getroost, ten einde te ontkomen aan den anders door hem daarvan verschuldigden tiend. En waarom zou nu de bij dit iutikel geregelde tiendvervangende grondrente ten behoeve van 's llijks schatkist, voortaan niet evenzeer van zóódanig stuk akker- of tuingrond verlangd mogen worden, als losprijs voor de bevrijding van den cultuurdwang, waaraan dit tengevolge van den daarop rustenden tiendplicht tot dusver was onderworpen geweest?

Om aan het bepaalde bij dit artikel eene geheel volledige toepassing te kunnen geven, zal het noodig wezen, dat de kadastrale perceelen, waarvan bij het in werking treden der wet slechts een deel met eenig recht tot tiendheffing bezwaard mocht zijn gebleken, eerst nog worden gesplitst, ten einde do tiend vervangende grondrente alleen op die nieuwe kadastrale perceelsnummers te kunnen vestigen, wier omvang overeenkomt met de tot dusver tiendplichtige deelen der bij het in werking treden der wet bekende moederperceelen.

Voor hét overige vindt hetgeen bij dit artikel en bij art. 15 is bepaald zijn voornaamste toelichting in de gronden, daarvoor door de Commissie op bl. 16 tot en met 20 van haar Verslag uitvoerig ontwikkeld.

Sluiten