Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweest te zijn '). »Die winckele" moet ten Oosten van het gesticht gezocht worden; in 1469 bezat het gasthuis er drie of vier. Zij schijnen in 1506 en het volgende jaar grootendeels tot gewone burgerwoningen verbouwd te zijn -).

Zoowel op het erf van het pest- als van het gasthuis werd begraven. In 1547 kwam het gasthuis door koop van de stad in het bezit van de pakhuizen en erven, gelegen aan de Westzijde van het huis Oosteynde (zie Reg. nr. 528), dat ongetwijfeld aan den grond van het gasthuis grenzende was. De voorwaarden, die bij den koop tusscheu partijen gemaakt zijn, zouden den plaatselijken toestand waarschijnlijk belangrijk kunnen toelichten, indien het register civiel, waarin zij geregistreerd staan, niet in het ongereede was geraakt. (Rechterlijk archief van Middelburg).

Verder worde gewezen op de schoorsteenen van het gesticht; in de rekeningen vond ik voor het vegen derzelve geene andere vermeld dan (1494/5) 1 in de gasthuiskeuken, 1 in de ziekenkeuken, 1 in den bajert en 1 in het ziekenhuis; en later (1498/9): 1 in de ziekenkeuken en 1 in de lange «reke".

Eindelijk worden op een in de rekening van 1571/2 gehecht lijstje de volgende kamers genoemd:

de kerk (29 verbranden, zieken en gekwetsten),

de oude manskamer (8 verbranden en 7 zieken),

de vrouwenkamer (6 verbranden, 5 zieken en 5 vrouwen),

de nieuwe manskamer (2 verbranden, 9 zieken en gekwetsten), de voorste feestkamer (13 verbranden en 4 zieken),

de achterste feestkamer (1 verbrande, 11 zieken en gekwetsten), de bajert (12 zieken).

Voor latere bij- en verbouwingen moet verwezen worden naar de rekeningen en voor zooveel betreft den lokalen toestand in 1857 naar het aangehaalde werk van Fokkeb en De Man.

Alvorens echter van het onderwerp der gebouwen geheel af te stappen moet hier met enkele woorden van het in het gasthuis gevestigde chirurgijnsgilde gewag worden gemaakt. Het geschiedt te dezer plaatse, omdat het in bruikleen hebben van eenige localiteit van het gasthuis door bedoeld gilde de eenige band is geweest, die er tusschen beiden heeft bestaan. Bij resolutie van Wet eu Raad van 1655 December 25, werd aan het gilde het zoogenaamde pottershuis, een pakhuis op het erf van

') Zie Reg. nr. 118, eu: A. A. Fokkeb en J. C. de Man. De Gestichten eu opeubaie gebouwen van Middelburg I (blz. 9).

") Zie ook H. M. Kestei-oo. Als voreu 111 1500—1549 (blz. 24).

Sluiten