Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die oppervlakkig aan twee gasthuizen kunnen doen denken. Wij zien in het woord gasthuis niet meer dan de gelegenheid voor logies van passanten en de verpleging van zieken. Onze voorouders begrepen er ook de kerk en de gilden onder; gasthuis, kerk en gilden — nauw verbonden als zij waren — worden door hen vereenzelvigd, de woorden zijn voor hen synoniem. Uit meer dan eene plaats der rekeningen blijkt dit.

En nu die berichten:

1. In de pauselijke bul van 1492 (Reg. nr. 850) staat o. a. '/Procuratores et magistri hospitalium beate Marie et Sancte Barbare invicem canonice uuiti". Wij kunnen hier niet denken aan twee hospitalen, die kerkelijk vereenigd waren, maar wel aan de beide bekende gilden, die de ziel van de geheele stichting waren. Op eene andere plaats in dien brief wordt van slechts één gilde gesproken.

2. In de rekening van 1494/5 worden in twee verschillende posten de onkosten in uitgaaf gesteld '/voer die clocke te verhangen ende een nieu hoeft daeraen te maken in tSinte Barbarae gasthuys" en //voer beyde die clocken te verhangen in Onsse Vrouwen gasthuys". Nu schijnt het niet twijfelachtig, dat deze klokken niet gehangen hebben in gebouwen voor passanten of zieken bestemd, maar wel op de kerken, waarvan er eene pas in hetzelfde jaar gebouwd was '). Het is de eenige maal, dat van de zijde van het bestuur zelf de nieuwe kerk in tegenstelling van de oude O. L. V. kerk St. Barbara wordt genoemd; in de spoedig gekomen veranderingen van de bestemming der St. Barbara kapel ligt de verklaring, waarom zij later verschillende andere namen droeg.

3. De rekening van 1498/9 bevat o. a. den volgenden post: »Ontfangen van Jan Jokfeays testament by handen van den capellaen tSinte Pieters meester Heynric te weten II scellingen voer tSinte Barbere tgasthuys ende I scelling voer Onsser Vrouwen tgasthuys, facit te samen III scellingen gr." Deze omschrijving is vermoedelijk een terugslag van de bewoordingen van het testament. Was testateur de vereeniging der gilden bekend, toen hij over zijne goederen beschikte, dan heeft hij ook geweten, dat zijne 3 schellingen in ééne beurs zouden terechtkomen, en iu dat geval heeft hij m. i. aan de twee patronessen willen offeren. Dateert

<) Op order van regeerende en oud-burgemeesters der stad d. d. 1670 September 4 hebben gasthuismeesters een metalen klok, wegende 112 pond, deze gasthuize toebehoorende, overgegeven aan schepenen en kerkeraad van Kleverskerke voor hun kerkje aldaar (zie de notuleu van 1672 Oetober 17 en de rekening van dat jaar). Vermoedelijk is dit er eene van de O. L. V. kerk geweest. De andere van de nieuwe kapel deed destijds en ook veel later nog dienst, zooals blijkt uit de Stadsnotulen van 1712 November 26, waarbij werd bepaald, dat zij door een der stadsarbeiders geluid moest worden.

Sluiten