Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn testament echter van ouderen datum dan 1492, dan moet ook weder in plaats van gasthuis gilde gelezen worden.

4. Verschillende personen van het gasthuis zaten hier en daar in en voor de gebouwen voor de ontvangst, van liefdegaven (vooral in de lijdensweek). Deze ontvangsten worden soms gespecificeerd geboekt. Zoo komt in de rekening van 1498/4, dus vóór dat de tweede kerk gereed was, o. a. het volgende voor:

in het koor van Onze Vrouwe gasthuis,

in het St. Barbara koor,

bij het kruis in Onze Vrouwe gasthuis, voor de deur, waardoor men in het ziekengasthuis gaat,

voor Onze Vrouwe van der qualen.

Nog een zestal jaren worden de beide koren vermeld (1494,'5, 1498/9 en 1499/1500); in 1512/3 vindt men «de ouwe (oude) kercke" en //int nyeu gasthuus"; in 1517/9 vbeyde gasthuysse"; in 1519/20 '/ouwe gastliuys"; in 1520/1 «Gods ackere", van 2 jaren; en in 1526/7 «uuyt de blocken in de kercke". De twee koren bewijzen natuurlijk voor het bestaan van twee gasthuizen niets. Vóór den bouw der nieuwe kapel zullen zij beide in de oude (O. L. V.) kerk geweest zijn. Overigens spreken deze berichten voor zich zelf genoeg hoe het woord gasthuis voor kerk gebruikt wordt.

5. In het hoofdstuk van huis en kelderhuren der rekening over 1512/8 wordt gesproken van een kelder onder </tSinte Berbele gasthuus" en van een anderen, eveneens daaronder. Vergelijkt men nu de volgende rekening met deze, dan blijkt het, dat daarmede bedoeld worden de Oostersche en Westersche fauten — zooals zij gewoonlijk worden genoemd —, die zich volgens de plaat bij Smallegange onder de O. V. kerk bevonden en hun ingang ten O. en W. van de deur van deze kerk hadden. De aanduiding onder «tSinte Berbele gasthuus" is geschied ter onderscheiding van een derden kelder onder een der nieuwe huizen of den bajert en dus niet in tegenstelling van O. L. V. De naam van St. Barbara was sedert 1500 de gebruikelijke, maar had hier evenals in de oorkonden achterwege kunnen blijven (vergelijk ook de rekening van 1526/7 fol. 5 verso en 16).

Keeren wij thans weder tot de vereenigde broederschappen van St. Maria en St. Barbara terug. Meestal komt het gilde nu onder den naam van O. L. V. van der qualen voor, maar de volledige naam zal wel geweest zijn als die van het altaar: Onze Lieve Vrouwe, geheten helpt en beschermd ons Maria van der qualen en van alle tribulatiën, gemeen zijnde met St. Job en St. Juliaen (zie Reg. nr. 349). Later wordt het altaar ook wel O. L. V. gemeenlijk de Languore genoemd (zie Reg. nr. 396).

Sluiten