Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Deze berichten kunnen echter de meening omtrent de vereeuiging der beide gilden niet wijzigen, en ik laat daarbij geheel in het midden of zij steunen op oude doch vervallen namen en vormen of wel op eene zekere zelfstandigheid, die St. Maria en St. Barbara na 1492 in een of ander opzicht nog behouden kunnen hebben.

Ten slotte de broederschap van Campo Sancto. Het springt in het oog, hoe spoedig na de vereeuiging van St. Maria en St. Barbara deze corporatie optreedt; hare tot standkoming valt nagenoeg met de reorganisatie van 1492 samen. Niet minder opmerkelijk is het, dat de vereenigde gasthuisgilden den naam aannemen van Maria van der qualen en van alle tribulatiën, ook //de Languore" genoemd, terwijl de broederschap te Rome was opgericht //inn der elire des leidenn Gottes und mittleidunge Unser lieben Frawen seiner lieben Mutter" '). Het doel van die broederschap, zoo wordt door den heer De Waal medegedeeld, was het lezen van missen voor de arme zielen, en het begraven op het kerkhof, waarop hare kapel stond, van lijken. Let men hierbij op, dat weldra ook te Middelburg een kapel met begraafplaats werd gemaakt, dan is er ook in dit opzicht overeenkomst te bespeuren. Er is nog meer, dat de aandacht trekt: gasthuismeesters noemen hunne nieuwe kapel dikwijls Gods ackere, maar dien naam geveu zij ook aan de inrichtingen te Rome, als zij in overeenstemming met het bepaalde in de overeenkomst (zie Reg. nrs. 353 en 380) j van de inkomsten van Gods ackere te Middelburg voor Gods ackere te Rome afzonderen. Deze gelden werden in de bank van Gods ackere te Rome bij Willem Pieters zoon, bankier te Mechelen, gestort. Wanneer hierbij nu nog wordt opgemerkt, dat tot de inrichtingen te Rome ook een hospitaal behoorde 2), dan meen ik te mogen komen tot deze conclusie: Campo Sancto te Middelburg was geene op zich zelf staande broederschap, maar het van 1493 tot 1528 in het gasthuis gevestigde gilde of liever het gasthuis met al den aankleve er van was eene afdeeling of filiaal van de hoofdvereeniging van dien naam te Rome.

Iliervoren is reeds meermalen de kerkelijke dienst aangeroerd; er valt Kerkelijke

nog iets meer van te zeggen. Aan het gasthuis was een vaste pastoor ,l'enste,,• verbonden. Niet zelden komen in dezelfde rekening 2 of 3 namen als zoodanig voor, maar dit vindt zijn oorzaak in vervanging van een func-

') Zie het aangehaalde werk van A. de Waal (blz. 67).

") Provisor was in 1509, toen het voltooid werd, Peteus Lopez uit Middelburg (blz. 65 en 102), zijn gelijknamige zoon was notaris de rota.

2

Sluiten