Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de landerijen eenige meerdere huizen en renten voor en gaandeweg klimt het bezit daarvan; vooral het kapitaal in effecten stijgt belangrijk. Landerijen en huizen handhaven zich in de 17d° eeuw nog vrijwel, maar • dan gaan de gebouwen met uitzondering van eenige pakhuizen en kelders, op den grond van het gesticht gelegen, spoedig verloren en worden ook eenige landerijen verkocht. In c. 1790, als het bestuur voorzien moet in gebrek aan contanten, weuscht het dit gaarne te doen zonder de inkomsten te verminderen en het meent in de bestaande hooge landprijzen en lage koersen van effecten de gelegenheid daartoe gevonden te hebben. Aanzienlijke partijen land komen nu achtereenvolgens onder den hamer en de opbrengst strekt tot delging van schuld en aankoop van effecten. Voor eene beoordeeling van dit financieel beleid, waaraan in elk geval de goedkeuring der stedelijke regeering is gehecht, mag niet zonder opmerking blijven de overweging van gasthuismeesters, dat het innen der pachtsommen van landerijen vaak met groote moeielijkheden gepaard ging.

ri«J*"a|ndede ÜC V00rSP0ed van het huis hiaS met de algemeene maatschappelijke

bestemming welvaart — het spreekt van zelf — ten nauwste samen. In het begin

heihuis. van den °Pstan<* doorstond het eene crisis; eerst het beleg der stad en na de overgang aan 's prinsen zijde, verzorging van tal van vreemdelingen, vooral uit Vlaanderen, die op Zeeuwschen bodem eene wijkplaats zochten, noodzaakten tot verkoop van het zilverwerk van het huis, tot openbare en kerkelijke collecten en opneming tegen los- en lijfrenten van belangrijke geldsommen. Hoewel de verpleging van het groot aantal militairen de financiën van het huis ook nog in de eerste jaren der 17de eeuw bleef drukken, kwam het gesticht — dank zij vooral de erfenis van Matens — toch weldra alle moeielijkheden te boven. Van verder strekkende gevolgen waren de omstandigheden in den Franschen tijd: behalve aanzienlijke eigendommen ging toen ook de bestemming van het huis, die men altijd voor de oorspronkelijke gehouden had, verloren. De in 1811 opgetreden Commissie der Hospices, die tevens eene reorganisatie der gestichten in opdracht had, overwoog bij de uitvoering van die taak, dat de Fransche wetgeving in deze huizen voor zieken en huizen voor oude menschen vorderde, waarin een ieder zonder onderscheid moest kunnen worden opgenomen, en dat voor Middelburg e'e'n huis voor ieder van die categorieën voldoende was. Het gasthuis, zoo oordeelde zij, was voor ziekenhuis, het armziekenhuis voor oude mannen en vrouwenhuis het meest geschikt (zie de notulen van 1812 Februari 25 en Mei 28). In dien zin werd 1812 Juni 2 besloten, en nog vóór dat het arrêté van den prefekt van 11 Augustus hieromtrent bij de Commissie was in-

Sluiten