Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen, bepaalde zij, dat de zieken uit het armziekenhuis naar het gasthuis zouden worden overgebracht (notulen 8 Augustus). Omgekeerd namen eenige maanden later de ongeneeslijken uit het gasthuis hun intrek in het oude mannen en vrouwenhuis (zie de notulen van 1818 Maart 23). Later heeft men getracht om op het in den Franschen tijd genomen besluit, dat de bestemming van het gesticht wijzigde, terug te komen, maar de daartoe door de Commissie uit de Godshuizen en de Algemeene armen, belast met de vaststelling der beginselen, waarnaar het armwezen hier ter stede moest worden ingericht, aan het Provinciaal bestuur te kennen gegeven wensch werd door Gedeputeerde Staten bij resolutie van 1815 November 23 afgewezen, «zijnde het de Vergadering nergens uit gebleken, dat dit gesticht hetzij door daarop na dien gemaakte ordonnantiën, hetzij ook door na dien aan hetzelve bemaakte fondsen zodanig tot een bepaald einde zoude zijn bestemd, dat de Plaatselijke regering niet ten allen tijde de bevoegdheid zoude hebben behouden om in dat gesticht zodanige zieke en hulpelooze te plaatsen als zij voor het belang harer ingezetenen het meest verkieselijk zoude oordeelen."

§ 2. HET BESTUUR.

Omtrent het bestuur over het gasthuis is van den vroegsten tijd tot vóór 1342 niets bekend. In den historischen tijd doen zich ten opzichte van het opperbestuur drie perioden kennen, die door overgang van het stadsbestuur op dat van een gilde en van deze weder op de stad gescheiden worden. Het archief bevat wel geen stukken, die op deze veranderingen rechtstreeks betrekking hebben, maar er zijn uit dit en andere archieven toch genoeg bijzonderheden bekend geworden om ze als meer dan waarschijnlijk te mogen aannemen. Zoo bevat het archief van de O. L. V. abdij te Middelburg een brief van 1342 betreffende ruiling van land tusschen dat klooster en het gasthuis, waarbij //uutfoude" (buitenvoogden) handelen //bi rade ende ghemeen overeendraghen scepenen ende raed van der port van Middelburgh". Verder blijkt uit de stadsrekeningen ') dat in 1373/4 Willem Pauwels zoon en Adriaen Willems zoon op het stadhuis kwamen om de kosterij van het gasthuis te verzoeken, en dat deze aan laatstgenoemde gegeven werd. Den 26"e" November 1411 waren schepenen vergaderd, toen men de provende van het gasthuis weggaf,

') H. M. Kesteloo. Als voren I blz. 56.

Sluiten