Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

336. 1807.

N.B. Hierin ook nrs. 1095 en 1345.

337. 1808.

N.B. Hierin ook nrs. 1096 en 1346.

338. 1809.

N.B. Hierin ook nrs. 1097 en 1347.

339. 1810.

N.B. Hierin ook nrs. 1098 en 1348.

340. 1811.

N.B. Hierin ook nrs. 1099 en 1349.

341—399. Bijlagen tot de bovenvermelde rekeningen van 1568/9 en 1651—1811.

1 charter, 1 8tuk, 4 pakkeii eii 93 liassen.

N.B. De hieronder vermelde bijlagen bestaan over het algemeen in één lias rekeningen van gedane leverantiën en werkzaamheden % en één lias voor voldaan geteekende ordonnantiën van betaling

over elk jaar; de schuldvorderingen van dezelfde lias zijn niet alle zonder uitzondering in het loopende dienstjaar voldaan, zoodat een bewijs, dat een post in de rekening van den ontvanger van het gasthuis kan toelichten, niet zelden in eene oudere lias te vinden is. — De acquitten van de rekeningen der goederen van Jan Matens en die betreffende de Kleine Armschool zijn niet afzonderlijk bewaard, maar bij de bewijzen van de gasthuiarekening geliasseerd, zie echter nrs. 1100 tot 1106.

341. Bijlagen tot de rekening van 1568/9 (nr. 92).

1 charter en 1 stuk (zie Reg. nrs. 567 en 602).

342. Bijlagen tot de rekeningen van 1651—1663 (nrs. 172—184).

1 pak.

N.B. Dit pak bevat uitsluitend kohieren van verpachting der school' en lammertienden in Ooster- en Sir-Jansland. Dergelijke kohieren van 1664 tot 1750 bevinden zich in nrs. 343 en 344.

343 en 344. Bijlagen tot de rekeningen van 1666—1811 (nrs. 188—340).

2 pakken.

N.B. Deze pakken bestaan uitsluitend uit rekeningen van de schoofen lammertienden in Ooster- en Sir-Janslaud met bijbehoorende acquitten ; nr. 343 bevat die over 1664 tot 1731 (1675 en 1682 ontbreekt) en nr. 344 die over 1732 tot 1809. — In bovengenoemde tienden was het gasthuis en de Nederd. armen gerechtigd elk voor de helft van £ part, het resteerende { deel behoorde den ambachtsheer. Het aandeel van het gasthuis werd 1586 Juni 20 geschonken door Adriaex Pietkessen Proost en jonkvrouw Soete van Hogei.ande. — Gasthuismeesters en diakenen-bouwmeesters hadden samen in het eiland Schouwen een gemachtigde, die met de ontvangsten en uitgaven dezer tienden was belast en daarvan jaarlgks aan elk der deelgerechtigden afzonderlijk rekening deed, waarvan het voordeelig saldo door den ontvanger van het gasthuis in zijne rekening werd gebracht. — Zie over deze tienden nrs. 52, 146 en 151 in pakket C (nrs. 6 tot 8 van dezen Inv.).

Sluiten