Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1430. Bijlagen tot de rekening van 1686/7 (nr. 1412).

N.B. De bijlagen vau de rekeningen over 1686/7 tot 1689/90 waren iu één pak, gemerkt: „No. 5".

1481. Bijlagen tot de rekening van 1687/8 (nr. 1418).

1482. Bijlagen tot de rekening van 1688/9 (nr. 1414).

1433. Bijlagen tot de rekening van 1689/90 (nr. 1415).

1434_ 1436. Memorialen van de ontvangsten en uitgaven der kerken. 1663—1690.

3 deelen.

N.B. Deze deelen waren in één pak gemerkt: „N®. 10".

1434. 1663—1671.

1435. 1671—1683.

1436. 1683—1690.

1437. Rekeningen van de recognitiegelden en de redemptiegelden van de wapens en blazoenen, die van ouds in de verschillende kerken hangen. 1663/4—1666/7.

4 deelen in 1 pak.

N.B. Gemerkt: „No. 11". — Deze rekeningen zijn kopieën, de origineelen werden afgehoord: die van 1663/4 tot 1665/6 door burgemeesters, tresoriers en kerkmeesters, de laatste (1666/7) alleen door kerkmeesters. Het goed slot is in de rekening van het inkomen der kerken (ars. 1389—1392) overgebracht. Het blijkt, dat de jaarlijks verschuldigde recognitiegelden traag inkwamen en eindelijk in het geheel niet meer. Daarin ligt de verklaring, waarom deze rekeningeu ua 1667 Juni niet meer zijn opgemaakt, en de desbetreffende memoriepost, die na dien tijd in de groote kerkerekening voorkomt, in 1681 ook geheel werd weggelaten. Als maatregel tegen wanbetaling heeft men geene vervolging in rechten ingesteld, noch de wapens doen afnemen, maar een verbod tegen het gebruik van de betrekkelijke graven uitgevaardigd (zie achter in de rekening over 1665/6). Iutusschen moet het onregelmatig betalen der recognitiegelden reeds vroeger, d. i. vóóV 1663, het jaar waarmede de kerkerekeningeu van L. Idemans aanvangen, aanleiding hebben gegeven tot eene andere wijze vau heffing nl. van een redemptiegeld iu eens bij het inbrengen in de kerk van een wapen; deze gelden komen in de kerkerekeningen gespecificeerd voor.

c. Zaakwaarnemer^.

1438 en 1439. Grootboeken. 1659—1678.

2 deelen.

N.B. Van voren in het eerste deel een losse en in het tweede een vaste alphabetische index. In deze deelen liggen verschillende losse stukken, op de rekeningen betrekking hebbende.

1488. 1659—1664.

N.B. De bladen zijn genummerd 1 tot 87. Gemerkt: „A". Op den baud staat: „Schultboeck credit en debidt van alle actiën en

Sluiten