Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar welke regelen is dit huis van 1606 tot 1812 bestuurd? Het bewaard gebleven gedeelte van het archief loopt slechts van 1771 tot 1812 en geeft geen volledig antwoord op deze vraag. Slechts e'én reglement (van 1795) is aangetroffen (zie nr. 1467) en dit bevat alleen regelen omtrent werkloonen, uitzet en bruidschat. Of er ooit een volledig voorschrift voor het Armweeshuis bestaan heeft, is niet gebleken. In de 18de eeuw komt het herhaaldelijk voor dat een of ander onderdeel van beheer gewijzigd wordt, evenzoo dat diakenen of regenten van bestaande bepalingen afwijken. De stukken geven den indruk, dat er toen weinig bestendigheid in de voorschriften en weinig vastheid in hunne uitvoering geweest is. Eenige hoofdzaken kunnen intusschen vermeld worden. Niet alle weezen werden in het gesticht verpleegd, dikwijls komt het voor, dat er kinderen na hunne opdracht aan het huis voor onbepaalden tijd gelaten worden onder toezicht van bloedverwanten of vrienden, die bevoegd bleven om deze pleegkinderen te allen tijde in het huis te brengen. In het begin der 19de eeuw werden in dergelijke gevallen opzichtbrieven afgegeven en spoedig daarna komen gevallen voor, dat aan pleegouders een klein geldelijk bedrag als tegemoetkoming in de onderhoudskosten wordt toegestaan. Het is de overgangstoestand van het onder opzicht laten tot dien van het besteden van weezen, die in 1812 regel werd. Twee categorieën van weezen werden steeds buiten het huis verpleegd, het waren de zeevareuden, als zij aan den wal waren, en de zoogenaamde houwkinderen, die te joiig om in het huis verzorgd te kunnen worden, tot hun 6'1" jaar bij burgerpersonen besteed werden. 1799 September 6 bepaalde men den leeftijd om in het huis opgenomeu te kunnen worden op 5 jaar.

Lit de notulen blijkt, dat in dit huis niet alleen weezen opgenomen werden, maar ook alle andere kinderen, die door ziekte, uitlandigheid, hechtenis enz. van vader en moeder hulpeloos en verlaten stonden. Zij worden met den naam van halve weezen aangeduid en vaak waren zij dit ook door overlijden van een der ouders, maar later noemde men ze meer juist provisioneele weezen, want bij herstel of terugkomst van eene of der beide ouders moesten deze kinderen uit het weeshuis teruggehaald worden en de kosten van geuotene verpleging door de betrokken ouders betaald. Het opnemen van hulpbehoevende kinderen in het Armweeshuis kenmerkt den eigenaardigen toestand te Middelburg, waar weezenverpleging en armenzorg innig verbonden waren; het weeshuis was de zetel van bestuur, daarin hielden diakenen hunne vergaderingen, daarin was de bouwkamer gevestigd, daarin werden de levensmiddelen voor de buitenarmen bewaard, bereid en uitgedeeld.

Sluiten