Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Armen gebracht werd. Maar het zuiver provenu van zulk eene nalatenschap kwam ten bate van het gesticht. Eveneens kwam het huis ten goede de voordeelen, die de uitoefening der handwerken in het gesticht opleverde, alsmede de arbeidsloonen van hen, die daar buiten nog iets verdienen konden.

1784 Februari 28 permitteerde de magistraat aan de Waalsche gemeente, dat ook deze haar oude en gebrekkige lieden in het Armziekenhuis mocht plaatsen voor 6 schellingen 's weeks en 1789 Februari 14 evenzoo aan de Luthersche voor 7 schellingen per week. Buiten eu behalve deze voor rekening van diakonieën verpleegd wordende personen, werden ook ouden en zieken voor particuliere rekening in het huis opgenomen.

Het vaste zelfstandige bestuur van president en regenten duurde tot 1802 toen krachtens resolutie van het stadsbestuur van Februari 13 de directie van dit huis weder op de diakonie overging en het financiëel bestuur weder met dat der Armen en van het Armweeshuis vereenigd werd. Ook nu weder bepaalde de Raad, dat de effecten, gelden, boeken, papieren en goederen, niets uitgezonderd, moesten overgegeven worden.

Gelijk alle andere godshuizen kwam ook het Armziekenhuis in 1811 onder bestuur van de Commissie der Hospices, die onmiddellijk na haar installatie (September 9) een harer leden tot president en 2 andere personen als onderdirectie over het gesticht aanstelde. Het blijkt echter, dat evenals bij het Armweeshuis diakenen nog tot 1812 Februari 15 met het bestuur belast bleven. Te gelijk met die van het gasthuis werd 1812 Juni 2 ook over de bestemming van het Armziekenhuis beslist. Als zoodanig werd het opgeheven en de gebouwen aangewezen en ingericht voor verpleging van oude en gebrekkige lieden en van krankzinnigen. De zieken werden naar het gasthuis overgebracht en omgekeerd kwamen de ongeneeslijken uit het gasthuis in dit gesticht. Ook de verplaatsing der zinneloozen uit het simpelhuis naar hier had nog voor het einde van 1812 plaats.

Sluiten