is toegevoegd aan uw favorieten.

Mgr. Dr. H. J. A. M. Schaepman herdacht in de hoofdstad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook zien en hooren zal in het leven van dienzelfden man. Welnu, het verhaal zijner laatste dagen heeft ons verteld, hoe Mgr. dr. Schaepman, bij al het lijden, in zware benauwdheden en pijnen, toch altijd blijmoedig bleef van geest.

Blijmoedig van geest. Ja, dat was hij altijd en overal. Elkeen die dr. Schaepman gekend heeft in zijn leven, heeft die blijmoedigheid gezien en gevoeld. Een zwartkijker was hij nooit. Nog herinner ik mij, hoe voor eenige jaren in eene plechtige vergadering uwer vereeniging van „Geloof en Wetenschap" de eerw. Moderator die vergadering inleidde met een woord, dat, in gemeenzame spreekwijze, wat zwaar op de hand genoemd kon worden. Wij ouderen voelden, dat dat woord allesbehalve echo's van ja en amen opriep in des doctors ziel, en wat wij dachten, dat gebeuren zou, werd spoedig daad. Want nauwelijks had hij, reeds geteekend met de teekenen zijner ziekte, zijn plaats voor de spreektribune ingenomen, of daar kwamen de nog gesloten lippen naar voren, met dien bekenden speelschen lach er om heen, daar glinsterden die oogen met ondeugenden glans, daar kwamen in hoofsche vormen de eerste woorden van bijna zwak protest met eene zekere verlegene traagheid gesproken, om langzamerhand sneller en sneller te volgen achter elkaar; het weerlicht knetterde in de lucht en ras scheurde de sombere onweerswolk van een, die men boven de hoofden der jongeren had opgehangen. Van een naren tijd, die naarder was dan andere tijden, wilde de Doctor nooit veel weten, daarvoor was hij te blijmoedig van geest, daarvoor had hij als professor in de kerkhistorie te veel gelezen en geleerd.

Wat was hij nog meer in zijn laatste ziekte en dood? Hij was mannelijk devoot. Dat zegt ons zijne bediening vooral, als hij, hoewel uitgeput van krachten, gesteund door vriendenhanden, nog knielend ontvangen wil zijn Heer en zijn God, en de houding van den stervende: die eerbiedig neergeslagen oogen even opslaande om in innig geloof een oogenblik naar de gedaante van brood te zien, waarin zijn Meester tot hem kwam — de omstaanders denken doen aan de laatste Communie van den H. Hieronymus, door Dominichino geschilderd in het paleis van den Paus.

Hij was mannelijk devoot. Dat zegt ons in dien benauwden nacht zijne lastgeving, als hij aan een der liefdezusters beveelt,