Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MGR. Dr. SCHAEPMAN'S BLIJGEESTIG+ HEID +

door dr. r. m. v. van oppen raa1j s.j.

Sedert den feestdag van Sint Agnes, dien droeven 21 Januari, is er door geheel het land, is er in Neerlands hoofdstad vooral verbijsterend veel gesproken over onzen grooten doode; en nog — deze avond bewijst het — nog is het treurige loflied niet uitgezongen, nog zijn de ooren niet moegeluisterd. Wel een heerlijke lijkrede die niet te verzadigen zucht tot spreken en hooren! Wel een bewijs, in onzen tijd van snel vergeten, hoe veel het Katholieke Nederland heeft verloren en hoe goed het Katholieke Amsterdam de zwaarte van dit verlies beseft. Dat wij hem liefhadden, dat wij hem vereerden, wij wisten het; dat wij hem zóózeer liefhadden en zóó hoog vereerden, ach, waarom moest zijn dood het ons openbaren? En zelfs in deze laatste der talrijke rouwvergaderingen zucht niemand uwer met heimelijken angst voor naderende verveling: „alweer datzelfde!" Immers gij weet, dat hier nog nieuwe stof te over is, zooals in een breed en vruchtbaar korenveld vele forsche handen de zeis kunnen slaan, zonder elkander de gele halmen voor de voeten weg te maaien.

Ook de plek op dit breed en vruchtbaar korenveld, waarin ik thans met kleine sikkel eenige slagen wensch te doen, staat dicht begroeid met gouden aren van glorie voor hem, vol rijpe graankorrels van leering voor ons: ik wil u spreken over Schaepmans echt christelijke blijgeestigheid, blijgeestigheid in de Letterkunde en in het Leven.

Er zijn kringen in de maatschappij, waar het grof en boersch heet roode rozen op de wangen te dragen en waar de frissche blos van het jonge, gezonde leven wordt weggedoezeld onder ziekelijk blanketsel. Zoo is er een tijdperk geweest in de letterkunde van Europa, toen niemand dichter heette zonder ziekelijk van hart te zijn of te schijnen. Die crisis van Welt-

Sluiten