Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote gedachte". Dr. Schaepman M. H., heeft de beteekenis van zijn leven gezocht in het stichten van één zaak, in het verwerkelijken van één groote gedachte, en die ééne zaak en die ééne groote gedachte was de glorie der ecne, heilige, katholieke en apostolische Kerk.

Allen erkennen dat. Wie heeft ooit getwijfeld aan dr. Schaepmans reine liefde en blakenden ijver voor de Roomsche Kerk ? Wie heeft ooit getwijfeld aan de oprechtheid van zijn ridderlijk devies: Credo, pugno — „Ik geloof, ik strijd"? 't Is zeker denkbaar, dat Schaepman op zijn lange politieke loopbaan wel eens ter rechter of ter linker zal hebben gedwaald. Op Schaepman zeiven zal wel passen zijn eigen opmerking over Veuillot: „Louis Veuillot is niet onfeilbaar. Het bovenmenschelijke is hem niet toebedeeld en zijn redacteursstoel is geen stoel van Petrus. Hij moest geen mensch zijn, zoo hij geen dwalingen of illusiën had gekend" i). Evenmin als Veuillot was Schaepman onfeilbaar en evenmin als een redacteursstoel is een zetel in de Tweede Kamer een stoel van Petrus. Maar dan beweer ik M. H., dat ook dit andere over Veuillot op Schaepman slaat: „In zijn dwalingen, zijn illusiën, zijn misvattingen bleef hij steeds dezelfde onbedwongen en onbedwingbare strijder voor ééne zaak, en voor die zaak alleen", en die ééne zaak, die ééne zaak alleen, was de glorie der Katholieke Kerk!

Wee hem die aan die ééne zaak dorst raken, die vuigen spot dorst werpen op 't smetteloos blanke bruidskleed van Schaepmans Kerk ! Dan ontstak de ridder in heiligen toorn, zijne aderen zwellen op, een donkere gloed vlamt uit zijn blik, hij strekt de geweldige hand en zweept de Renans en de Bollands onbarmhartig het heiligdom uit! Toch was de haat van dezen priester tegen de schenners der moederkerk niet de zengende, dood-brengende lava, maar eerder de bruisende bergstroom, die reinigt en vruchtbaarheid kweekt. Wie herinnert zich niet de treffende woorden, gericht tot den vernederden, vernietigden tegenstander : „Uw laatste vrienden zijn zij, die op den Goeden Vrijdag uwer gedenken, als Gods barmhartigheid over de dolenden wordt afgesmeekt" ? 2)

1) Afenschrn cn Boeken. Tweede Reeks. Blz. 116.

2) Bolland cn Petrus. Blz. 78.

Sluiten