Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun geboorte-, huwelijks- of lijkzangen „eene vereering" zou worden uitgereikt.

En inmiddels bleven de kerkeklokken luiden, drie malen daags, 3, 4 tot 6 weken lang. Johan Clant van Ludema te Usquert was dit nog niet voldoende; hij bepaalde daarom in zijn testament van 1708, x) dat na zijn dood alle kanonnen moesten worden afgeschoten en dat er op den avond van zijne begrafenis een vuurwerk moest worden afgestoken.

Ten teeken van rouw werden in het sterfhuis de gangen, kamers, tafels en banken met zwart laken, baai of linnen behangen en werden alle familieleden, tot zelfs de dienstboden, in het rouwkleed gestoken. Zoo werden bij den dood van Willem Alberda van Dijksterhuis in 1724 in de kerk van Pieterburen alle banken met rouwfloers bekleed. Op den begrafenisdag werd de lijkkist, doorgaans gedragen door de pachters der boerderijen, welke den overleden landheer hadden toebehoord, in statigen optocht, veelal des avonds bij fakkellicht, uit het huis over slotbrug en langs singels en lanen ter kerke gebracht, waar zij in de adellijke grafkelder, onder het koor gelegen, werd bijgezet. Was hij de laatste van zijn geslacht geweest, dan werd, gelijk bij de begrafenis van Albert Wijffringe op 11 October 1678 2) of bij de ter aarde bestelling van Eger Tamminga in Februari 1752 geschiedde, het wapen vóór de kist gedragen, daarna gebroken en de stukken op de kist in het graf neergelegd 3). Een zilveren plaat met wapens en opschrift dekte verder de kist; de grafkelder zelf werd gesloten door een zwaren arduinen grafsteen, waarop het wapen van het geslacht of enkel de geslachtsnaam stond gebeiteld. Voor enkele hoogvereerden, een Adriaan Clant van Stedum, een Carel Hiero-

*)

2)

3)

Huisarchief Alberda Nr. 363.

Navorscher 1884 blz. 116

Zie Nobiliarium van Coenders, blz. 27.

Sluiten