Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rengers van ten Post in zijn kroniek. Ebbe Ackinga had tot schoonzoon Dutmer Rengers, dientengevolge werden de jonkers Rengers in de i6de eeuw heeren van Woltersum. Zij bleven dit tot in den aanvang der I7de eeuw, toen door het huwelijk van Johan van Welvelde met Fouwel Rengers de heeren van Welvelde het adellijk huis te Woltersum in hun bezit kregen. Dit geslacht heeft op het huis, dat nu ook onder den naam Glimmershuis voorkomt, gewoond tot 1712, toen het door koop overging op Johan Christoffer Polman, wiens zonen in 1735 de borg cum annexis aan de stad Groningen hebben verkocht. Groningen behield het redgerrecht van Woltersum en de unieke collatie aldaar en liet nog in hetzelfde jaar het huis op afbraak verkoopen.

GODLINZE (de Borg te).

Aan de westzijde van het dorp gelegen.

Op de kaart van Fred. de Witt (midden 17de eeuw) wordt deze borg met den naam Ubbena aangeduid, terwijl ook Van der Aa de borg aldus noemt. Niet onwaarschijnlijk heeft dus in de i6de eeuw het geslacht Ubbena, bewoners van meer kasteelen in deze omgeving, aldaar gezeteld. In 1613 is overleden ,,vrou Ette Hare Winken", bewoonster van de borg te Godlinze, waarmede niet onwaarschijnlijk deze borg wordt bedoeld. Meer zekerheid hebben wij voor latere jaren; in 1636 zoowel als in 1686 woonde er het geslacht Clant. Door vererving op Willem Alberda en door eene ruiling tusschen dezen en Gerhard Horenken kwam de borg-aan laatstgenoemde. In 1707 verkocht Horenken het kasteel c a. aan Gerard Schatter, heer van Petten, die, gelijk boven reeds is opgemerkt, allerlei Ommelander borgen aankocht. Hij was dan ook vijf jaren later gedwongen zijne bezitting

Sluiten