Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer te verkoopen, welke alsnu overging op Folckert Polman, drost van Emden, van wien de borg vererfde op diens zoon Enno Polman. Hoe lang de borg nog heeft gestaan, heb ik niet kunnen vinden, doch zeker is, dat in 1753 publiek werd verkocht „de plaetse, daer voortijts de borgh opgestaen heeft in Godlinse". Alleen de „duivekast" had men laten staan.

GREVINGHAHUIS.

Tusschen Godlinze en Leermens gelegen, een kwartier ten noorden van laatstgenoemd dorp.

De Grevinghaheerd is eeuwen lang niet anders bewoond geweest als door het geslacht Grevingha, Grevingh, soms van Grevinge geheeten, in het midden der i7de eeuw den jonkerstitel aannemende, tegelijk met de verheffing van de heerd tot een borg. Een trotsche borg schijnt het Grevinghahuis echter nooit te zijn geweest, meer een aanzienlijke landhoeve, doch met een eigen rechtstoel en inzooverre machtiger dan menig Ommelander kasteel. De protocollen van den redger van Grevinghahuis zijn bewaard van 1760 tot Maart 1797- Den 7den Maart 1797 overleed op Grevinghahuis de laatste van het geslacht, Georg Cirtko Christiaan van Grevinck, jonker en hoveling tot Leermens, 't Zandt, Eenum, Zeerijp en de Vierburen. De sage, mij uit den mond van een in de buurt wonenden ouden arbeider medegedeeld, die zulks van zijnen vader had, dat bij de begrafenis van dien laatsten van Grevinck ,,sien aodelsrecht boven de kiste stuk broken was", voor welke uitdrukking de man geene verklaring wist te geven, zal vermoedelijk waarheid bevatten en wijzen op het gebruik hier boven blz. 59 medegedeeld.

Sluiten