is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LUDEMA of LUIDEMA.

Tien minuten ten zuidwesten van Usquert.

Deze borg werd in de i6de en het begin der 17de eeuw bewoond door het geslacht Clant, o a. nog in 1635. Eene dochter uit het huwelijk van Elisabeth Clant en Unico Rengers, Elisabeth Rengers geheeten, huwde 6 November 1642 met Onno Tamminga, waardoor deze het huis Ludema verwierf. Geruimen tijd (1642—1662) was Onno Tamminga heer van Ludema. Na hem vinden wij in 1692 Feyo Sickinghe op Luidema en in 1698 Evert Joost Lewe, den schoonzoon van voornoemden Onno Tamminga. In 1700 gingen Jan Clant van Aduard en Evert Joost Lewe van Ludema eene ruiling hunner borgen aan, dientengevolge heet Jan Clant van Aduard nog in hetzelfde jaar Jan Clant van Ludema. Van hem vererfde de borg op Berend Coenders van Ludema, dien wij in 1717 en 1720 als zoodanig aantreffen en wiens moeder Abelia Clant was.

In 1742 werd de borg gesloopt. Eene teekening van het huis vindt men in het h. s. Schoemaker.

LUINGA.

Aan de zuid westzijde van het dorp Bierum.

Dit huis is het oude stamslot van het geslacht Van Berum, wellicht voorafgegaan door dat van Luinga, welke naam aan een geslachtsnaam doet denken. Hoe het zij, in de I7de en een deel der l8de eeuw bewoonden de jonkers Van Berum dit huis, bekend door den zwaren toren, waarmede het prijkte. Omstreeks 1730 vererfde Luinga op Elisabeth Petronella Lewe van Aduard, wier moeder eene freule Van Berum was. Door haar huwelijk in 1718 gesloten met den heer Daniël Henri 1'Argentier, heer van Chesnoy, gewoonlijk Du Chesnoy genoemd, werd laatstgenoemde de heer van