is toegevoegd aan uw favorieten.

De Ommelander Borgen en hare bewoners in de zeventiende en achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luinga. Nog korten tijd voor zijn dood (23 Aug. 1756) zag deze heer Du Chesnoy, die 35 jaren lang zitting had in de Hooge Justitiekamer van Stad en Lande en ook overigens een machtig heer was, het gebeuren, dat zijne schuldeischers de borg Luinga publiek lieten verkoopen en deze overging in handen van Willem van Maneel en zijne echtgenoote S. E. Verdion. Hem volgde de generaal Cornelis van Maneel, die de kerk van Bierum met een nieuw orgel verrijkte, en na hem diens weduwe. Omtrent de wisseling der i8de en I9de eeuw werd Luinga verlaten, om in 1825 te worden gesloopt.

Afbeeldingen van deze borg vindt men in het h. s. Schoemaker en op de kaart van Beckeringh.

LULEMA of LUILEMA.

Even ten zuiden van Warfhuizen, aan de oostzijde van den weg.

In het begin der i7de eeuw (o.a. in 1636) woonde hier het geslacht Clant. De erfgenamen van Allart Joest Clant droegen bij publieken verkoop op 1 Februari 1654 de Lulemaborg over aan Hillebrandt Entens, in wiens geslacht het huis bleef tot in het begin der i8de eeuw. Titus van Ewsum erfde omstreeks dien tijd (hij woonde er o. a. in 1720) de borg van Hillebrant Coppen Entens. Titus, uit een geuzengeslacht gesproten, huwde eene roomsch-katholieke freule van Herema en ging daarna zelf ook tot dien eeredienst over. Hij overleed in 1723 en zijne dochter Everharda huwde in 1733 met Georgius Marius baron van Asbeck, welk echtpaar wij later, o.a. in 1763 en 1769, als heer en vrouw van Lulema aantreffen. Het huis bleef verder in het bezit der familie van Asbeck, die het ook doorgaans bewoonde. In 1822 werd het huis met zijn zwaren uit den grond opgemet-