Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zien. In den bekenden Frieschen voornaam Sake zal men meer waarschijnlijk den oorsprong dezer dorpsnamen moeten zoeken.

Op de kaarten uit het midden der 17de eeuw ziet men hier ter plaatse een „minderhuys", een „minor nobilium domus", aangeduid met de bijvoeging De Eest, „D'eebt" en „Deest." In 1672 komt de naam Saaxumborgh het eerst voor, bewoond door Johan Christoffer van Deest. Ik kan het vermoeden niet verhelen, dat de eigennaam Van Deest is ontstaan uit den naam van het huis de Eest en dat, toen allengs uit de aanduiding „van de Eest" de eigennaam Van Deest was geworden, de naam van de borg de Eest in dien van Saaxumborg is veranderd. Wanneer dit heeft plaats gehad, is moeilijk te zeggen, immers de heeren Van Deest komen reeds aan het einde der i6de eeuw in de Ommelanden voor en de naam Saaxumborg eerst in 1672. Mogelijk is het natuurlijk ook, dat een tak van het Geldersche geslacht Van Deest zich in deze streken heeft gevestigd en dat de borg naar hun geslacht heet, zooals de namen van vele Ommelander borgen eigenlijk geslachtsnamen zijn. Hoe het zij, Johan Christoffer van Deest op Saaxumborg, die kort na 1691 moet zijn overleden, was de laatste van zijn geslacht in de Ommelanden. Na hem werd Willem van Ewsum, gehuwd aan Anna Maria Ripperda, eene kleindochter van den laatsten Van Deest, heer van de Saaxumborg. Hij stierf in 1709; zijn broeder Onno, gehuwd met Ida Elisabeth Ripperda, zuster van bovengenoemde Anna Maria, kreeg nu de Saaxumborg tot zijn dood in 1720. De beide weduwen bleven daarna de borg bewonen. In 17 51 huwde Willem van Ewsum, een zoon van zijn gelijknamigen vader, met zijne volle nicht Isabella van Ewsum, een dochter van Onno. Hunne vaders en hunne moeders waren dus broeders en zusters. Uit dit huwelijk werd eene dochter Anna Maria

Sluiten