Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TAMMINGAHUIZEN, soms TAMMINGABORG genoemd.

Een kwartier ten oosten van Leilens, tusschen den Stadsweg en het Damsterdiep.

Het is bekend, dat het geslacht Van Ewsum in de I5de eeuw uitgestorven zoude zijn, had niet Hiddo Tamminga, die met de laatste Van Ewsum, Mencke geheeten, in het huwelijk trad, zich laten vinden en bij contract laten binden, de kinderen uit hun echt geboren den eigennaam der moeder te geven. Misschien was Ulrich van Ewsum deze naamsverzaking van zijn betovergrootvader gedachtig, toen hij de door hem in de 2de helft der I7de eeuw bewoonde borg Tammingahuizen noemde. De mogelijkheid bestaat, dat langs anderen weg, nl. als een oude bezitting der Tamminga's, het huis dezen naam heeft gekregen, zeker is het echter, dat van het bestaan dezer borg in de eerste helft der I7de eeuw of vroeger niets blijkt. Na Ulrich kwam zijn zoon Christofïfer Willem van Ewsum en na diens dood in 1682 de kleindochter Johanna Emilia van Ewsum. Zij huwde met Rudolph Polman van Garreweer, die dus heer van beide borgen werd. Hunne dochter Ida Johanna, wie bij scheidacte van 10 Januari 1720 de borg werd toegedeeld, huwde Bernard Gruys, dien wij o.a. 1721 en 1728 als heer van Tammingahuizen aantreffen. In 1737 verkochten de crediteuren van den artilleriemeester A. L. Gruys de borg Tammingahuizen tot Ten Post en werd de heer Rengers van Farmsum kooper van de rechten, later ook van de borg zelve. Na een aantal jaren onbewoond te hebben gestaan, werd „de borg Tammingahuizen met schathuis, poort, bruggen enz." in 1765 door den heer Rengers publiek verkocht „om af te slijten.''

Afbeeldingen van deze borg vindt men op de kaart van Coenders en in het h. s. Schoemaker.

11*

Sluiten