Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verleenen landbouwcrediet, veel goedkooper dan de Engelschen, wij breiden liet domein uit, ten einde tegen billijke voorwaarden terrein te versehaffen aan hen, die liet anders niet goedschiks kunnen krijgen; een onderwijzer met akte landbouw zenden wij uil en wij bekostigen proefaanplantingen. Regeering en Volksvertegenwoordiging dix'n dus inderdaad veel. en de behandeling der ('ura^aosche begrooting, zooals deze tegenwoordig geschiedt, steekt gunstig at bij die, toen /ij in een vloek en een zneht ten einde gebracht werd.

Maar is het eigenlijk niet ergerlijk dat N'ederlandsch St. Martin katoen verbouwt en verscheept buiten onze handels- en nijverheidswereld om? Toch deden planters van dit eiland moeite, hier in ons land geld te krijgen om de begonnen katoencultuur uit te breiden.

Op de Engelsche Antillen steunt het katoenbedrijf op het „Imperia! Department ui Agriculture" en de „Cotton Industrv Aid Act en ook op de daadwerkelijke hulp van Engelsehe nijverheidsmannen — op onze Antillen kan men wel rekenen op de toewijding van het jeugd'g Departement van Landbouw in W.-

Indië en ook op het landbouwcrediet, maar voor 't overige

op niets.

Moge de l>e langstelling voor het eiland door het bezoek van wijlen l'rof. Suringar en Prof. Molengraaff in _1,gewekt,

ili wir dat van Prof. Went en de Ingenieurs Havelaar en Van Kol verlevendigd, door het Koloniaal Museum en de wetenschappelijke vrreenigingen, die onlangs een botanicus uitzonden gaande gehouden, het sohoone gevolg hebben, dat oud-Hollandsche ondernemingsgeest in ,,cattoenplanten goede winninge ziet", dat er een oeconoom kome, die voor Sint-Eustatius wordt, wat een industrieel als Scholten voor zijn landstreek werd.

Die zal de gemeenschap van weinig blanken en veel gekleurden meer gerieven, dan wijziging van liet Regeeringsreglement, dat trouwens nu reeds aan Int eiland zekere mate van zelfstandigheid wil waarborgen.

J'.eii herstellende zieke moet aan de hand van een pleegzuster

het loopen weder leeren, kan niet op eigen beenen staan

en Sl. Eustatiius it verzwakt, steeds meer en meer.

ITet genot eener gemeentelijke vrijheid en van een plaatselijk patriarchaal bestuur, overeenkomstig vroegere overleveringen en oude herkomsten! Voor onze ooren klinkt het als een onafwijsbare eisch. Doch dan verliest men uit hel oog, dat een samen leving als die van St. Eustatius bestaat uit meerendeels verarmde blanken, die niet bij machte zijn eigen grond productief fe maken en uit eene overgroote meerderheid van lieden, die goed noch geld heblien en daarenboven niet blank zijn. Want d<- gelijkheid van blank en zwart is slechts een wettelijk voorge-

Sluiten