Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat het bovenstaande was opgesteld, kwam mij de tweede aflevering van Rouy en Poociiud 's nieuwe „Flore de France" in handen, waarin het geslacht Iberis voorkomt. Als species 12 I. intermedia Guers. (sensu amplo) worden, volgens de beschrijving en de groeiplaatsen, de vormen van Istrië en van Boppard, dus de I. divaricata in K o c h 's synopsis 1" editie 1888, opgegeven. De plant van Roueu (of Duclair i ressorteert onder subspecies I. intermedia Guers. (sensu stricto), die bovendien nog twee „formes" naast (onder?) zich heeft. Het is mij niet duidelijk, waarom de schrijvers niet tot hoofdvorm gekozen hebben dien van Rouen, welke de oudste is, en naar welken G ue r s e n t de soort heeft benoemd en beschreven: ook is de term I. intermedia Guers. (sensu amplo) eenigszius vreemd, wanneer, zooals hier, daaronder I. intermedia Guers. (sensu stricto) niet begrepen is. Als verdere subspecies van dezelfde soort staan I. Timeroyi Jurd., I. Prostii- en I. Violeti Soy- Wïll. opgegeven. Over de eerste hebben we reeds gesproken. I. Prostii is hierheen gebracht wegens den vruchttros die een weinig verlengd is (waardoor ze echter evenveel of meer van I. intermedia dan van I. linifolia afwijkt); de bladvorm is smal lijnvormig als van I. linifolia L., en ook de vrucht gelijkt op die van laatstgenoemde soort (de vruchttanden zijn steeds min of meer divergeerend, soms teruggebogen). Wanneer men dus niet alleen op het éene der 3 hoofd soortskenmerken let (al of niet verlengd zijn van den vruchttros), maar op alle drie gezamenlijk, wat voor eene natuurlijke rangschikking noodzakelijk is, dan wordt ze mijns inziens beter bij I. linifolia L. als sub- of co-species geplaatst. I. Violeti heeft eveneens een weinig-verlengden vruchttros, en smal-lijnvormige bladen, die echter korter zijn dan van I. linifolia en I. Prostii; de vrucht lijkt op die van I. Prostii, maar ook op die van I. Boppardensis. De habitus wijkt zoowel van I. intermedia als van I. linifolia en I. Prostii af, en is in de aanwezige exemplaren geheel zooals J o r d a n die beschrijft; wanneer deze vorm wegens die kenmerken niet als afzonderlijke soort mag beschouwd worden,

Sluiten