is toegevoegd aan uw favorieten.

Paul en Virginie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schillende verbeteringen aangebracht in hetgeen Domingo begonnen was. Hij ging met den ouden slaaf in het bosch en ontwortelde daar verschillende jonge boomen: citroen- en oranjeboomen, tamarinden welker top zachtgroen is, dadels niet hunne zoete, vleezige vruchten, en al deze boomen die hij tamelijk groot medebracht, plantte hij rondom de hutten. Voorts had hij jonge struiken geplant die reeds het tweede of derde jaar bloesem of vrucht droegen, zooals de Persische sering die rechtop groeit en grijs van kleur is, de Amerikaansche meloenboom, wiens taklooze stam kleine, groene meloenen draagt en overdekt is met breede bladeren welke op die van den vijgeboom gelijken. De meesten dezer boomen droegen reeds .ruimschoots vruchten. Tot in de onvruchtbaarste gedeelten van hunne bezitting had hij zoo aanhoudend hard gewerkt, dat zelfs daar een en ander groeide en bloemen van allerlei soort en kleur verhieven hier en daar haar kopje of schenen de slingerplanten te willen bereiken die van het dak nedervielen.

En hij had al die planten zoo gerangschikt dat het een waarlijk betooverenden indruk maakte: in het midden de lage slingerplanten, daaromheen het struikgewas, vervolgens de lage en eindelijk de hooge boomen, zoodat men het gevoel had van in een amphitheater te zijn, gemaakt van groen, vruchten en bloemen. Wat vooral opvallend was is het feit, dat hij in volkomen harmonie met de natuur gewerkt had; zoo zag men bijvoorbeeld op de hoogten slechts die planten of boomen, die de natuur daar werkelijk geplaatst zou hebben, de drijfplanten langs het water enzoovoort. Ieder gewas groeide op zijn eigen bodem of omgeving en het water dat op den berg ontspringt, vormde hier in het dal bronnen, beekjes en kleine vijvers die de rot¬

sen en den blauwen hemel weerkaatsten.

Om de waarheid te zeggen, hadden wij hem allen met raad en daad bijgestaan. Rondom den vijver waren paden aangelegd, terwijl een kronkelpad er omheen voerde. Met al deze groote en kleine steenen die gij nu hier ziet, had hij als het ware kleine pyramiden gebouwd, gevuld met aarde, struiken en planten, die na korten tijd deze kale rotsen het voorkomen van ware tuinen gaven. De stralen der zon konden het dicht gebladerte der boomen, die het ravijn omrandden, niet doordringen, zoodat het er altijd frisch en koel bleef. Een smal voetpad leidde naar een boschje van louter palmen pisangboomen; overal vond men vruchten en bloemen. Vanuit dit boschje had men uitzicht op de beide hutten en verderop de stijle, hooge rotsen die den achtergrond vormden. Het dichte lommer maakte sommige gedeelten zoo donker, dat men er slechts moeilijk kon zien. Ziet gij die hooge rots? Men heeft er een prachtig uitzicht op de zee en daar gingen de twee gezinnen dikwijls des avonds heen om te genieten van de avondkoelte en van de diepe stilte die om hen heerschte en om de zon aan den horizont in de zee onder te zien gaan. Soms ook zagen zij een schip voorbijvaren. Elk oord, iedere plaats had een naam gekregen en deze rots, van welke zij mij reeds van verre zagen aankomen, heette „de Ontdekking der Vriendschap." Paul en Virginie hadden daar een bamboe geplant en zoodra zij mij zagen, heschen zij een zakdoek in den top; ik van mijn kant had een paar woorden in den stam gesneden. Hoe gaarne ik ook op mijne reizen het een of ander gedenkteeken ontdekte, nog veel liever is het mij ergens een inschrift te vinden. Het is mij dan of ik eene menschelijke stem hoor die door de eeuwen heen den mensch nog toeroept dat hij