Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welijk nam ondanks hare groote armoede. Dit deed mevrouw de la Tour er vaak aan denken, hoe hare familie haar verlaten had en herinnerde haar aan de hartelijke ontvangst die /ij hij Margaretha gevonden had en het vooruitzicht var het gelukkige huwelijk harer kinderen. Hare tranen vloeiden dan rijkelijk, tranen halt van smart, halt van geluk en dankbaarheid. Zoo trouw werden deze verhalen gespeeld, dat men zich waarlijk verplaatst dacht in de velden van Svrie ot Palestina. Het ontbrak ons noch aan verlichting, noch aan een orkest, noch aan versieringen; gewoonlijk was het tooneel een kruisweg in het bosch en waren wij beschut tegen de felle zonnestralen. 's Avonds echter bij het ondergaan der zon, wierp deze hare laatste stralen schuin tusschen de takken en stammen tier boomen door en soms verscheen zij ons aan het einde eener laan gelijk een roode vuurbol; alles was dan verlicht als niet tooverstralen en de vogeltjes die zich reeds in het gebladerte ter ruste hadden begeven, begroetten dit nieuwe morgengloren door hun jubelend gezang. Wij werden dan vaak door den avond overvallen, doch, door het zachte klimaat konden wij best den nacht onder een boom doorbrengen zonder bovendien angst te koesteren voor wilde dieren of dieven. Den volgenden morgen keerde ieder naar zijne hut terug en vond haar zooals hij haar verlaten had. In dien tijd Iieerschte een zoo groot vertrouwen op dit eiland, dat vele woningen des nachts open bicven en dat vele Kreolen nog nimmer een slot ol grendel gezien hadden.

Ook waren er dagen, die voor Paul en Virginie feestdagen waren en dit waren de verjaardagen hunner moeders. Den \ oorafgaanden avond b ikte Virginie dan verschillende koeken en taarten, welke zij dan aan arme huisgezinnen stuurde die zij kende; dit toch waren de eenige ge¬

schenken die zij kon geven, doelt de waarde der gift werd verhoogd door de liefde waarmede /ij aangeboden werd. Paul bracht die koeken dan aan de gezinnen en door ze aan te nemen verplichtten zij zich den volgenden dag bij mevrouw de la Tour en Margaretha op bezoek te komen. Dan zag men bijvoorbeeld eene moeder met twee of drie harer dochters verschijnen, bleek, mager vervallen en zoo beschroomd dat /ij nauwelijks een woord durfden /eggen; doch Virginie met hare gulle vriendelijkheid zorgde steeds dat zij zich spoedig op haar gemak gevoelden. Zij schonk de vrouwen de eene ot andere verversching in, die, hetzij door hare moeder of door Margaretha bereid was, terwijl Paul voor de vruchten zorgde en zij rustte niet eer zij zich overtuigd had, dat hare gasten verheugd en blij waren. „Wil men zelf gelukkig zijn," sprak zij steeds, „dan moet men eerst zorgen dat anderen gelukkig zijn." Hij het heengaan gal /ij den vrouwen steeds eenige kleine geschenken mee. Bemerkte /ij dat /ij kleeren noodig hadden, dan zocht /ij met hare moeder in haar eigen goed uit wat hare gasten /ouden kunnen gebruiken en aan Paul werd opgedragen liet pak dan voor de deur der armen neder te leggen. Zij handelden zoo gelijk de Voorzienigheid doet, gevend de weldaad, doch den gever verbergend.

lu Europa, waar de geest vanaf de prilste jeugd reeds gevuld wordt met zoo veel vooroordeel dat het geluk slechts in den weg staat, kan men zich niet voorstellen dat er uit de natuur zooveel licht, zooveel geluk te putten is en toch, geloof mij èn de natuur èn het menschelijk hart, beiden zijn onuitputtelijk. De tijdvakken en het leven van Paul en Virginie waren in volkomen overeenstemming met die der natuur; aan de schaduw der boomen zagen zij hoe laat het

Sluiten