Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i -At- -i. r-v ;! . i „ut - yn|,nri.

)IUIIIItMl VOOrlDrCngl. UCZt* ^IJII UUK /.L'L'I yc^uv.111 vuui i»iai\rti i-

loiuiuetten: ze komen in den handel gekleurd voor. Het Gyne-

riumgras moet in 't najaar opgebonden worden en door stroo of riet worden omhuld, terwijl men daarna den voet met zand omringt. In 't voorjaar kan het afgesneden worden. Schendingen van mildbloeiende, vrouwelijke moederplanten, zullen de beste resultaten geven; zaailingen bloeien dikwijls slecht.

f>. Polygonum saclialinense, l'olygonaccecn (Veelknoopigen), Duizendknoop van Sachalin, 2 4 M. Sierplant van groote waarde, die in 't voorjaar in weinige weken haar reusachtig gewas maakt. Deze plant ontwikkelt zich slecht op droge gronden, waarop de jonge stengels in de vroege lente ook dikwijls door vorst worden aangetast. Vraagt eene tegen wind beschutte standplaats, plant zich door onderaardsche wortelstokken sterk voort, moet dus jaarlijks flink in bedwang gehouden worden. De P. cuspidatum brengt minder lange, overhangende stengels voort. P. polystachium (ainplexicaule oxyphyllum) brengt in 't najaar tevens mooie witte bloempluimen voort.

7. Rheum patmatum, Polygonacecën, 1.5 2.50 M. Rabarber. In vochtigen, zeer voedzamen grond zal de Rabarber tot eene mooie sierplant opgroeien. Men treft er ook nog meerder soorten in aan ; de palmatum is zeker een der beste, als bloeiende plant maakt ze ook veel effect, ze kan een waardig slot voor ons boekje vormen.

Ipbouö.

Inleiding 3

Wat zijn vaste planten 4

Algemeene kweekwijze 4

Vermenigvuldiging 6

Vaste planten voor rabatten, heester-boomgroepen ... 7

Voorjaarsbloeiers 7

Zomerbloeiers 0

Herfstbloeieis 17

Vaste planten voor randen en kleine perken 20

Vaste planten voor beschaduwde plaatsen 23

Alleenstaande planten 28

//; deze bibliotheek verschijnen o.m.: 1. De stalmest en zijn bewaring 2. Stalmest en hulpmeststoffen 3. I'hosphorzuurhoudende hulpmeststoffen 4. Kalimeststoffen 5. Stikstofhoudende meststoffen ö. Kalkmeststoffen —7. Guano, faecalien en andere organische meststoffen S. Draineeren of droogleggen — IQ. De geit 20. Het „werken" met de broedmachine 21. Hoenderfokkerij 22. Konijnenfokkerij 39. De voorn, ziekten der appel- en pereboomen 40. Id. der steenvruchtboomen 41. Id. der besvruchten 42. Aardappelziekte — 43. De teelt van meloenen en komkommers in kassen en bakken. 44. Vervroegen van groenten in warme bakken. - 45. Idem in koude bakken 4b. Bladgroenten 47. Wortelgewassen in den tuin 4S. Peulvruchten in den tuin 40. Het veredelen van vruchtboomen 50. Het snoeien van vruchtboomen 51. De bereiding van vruchtenwijnen — 52. Het verduurzamen van groenten — 53. Het bewaren en verzenden van groenten en vruchten 54. Aardbezien en frambozen. 55. Éénjarige zaaibloemen voor den tuin - 50. Vaste planten voor den tuin 57. Sierheesters 58. Kamerplanten 59. De druif buiten en in de kas 60. Klim-, slinger-, vijver- en rotsplanten.

Bij bestelling gelieve men slechts de nummers op te geven.

Sluiten