Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kruiden en vormen zoodoende in de grootere tuinen den overgang tusschen deze twee, terwijl ze in de kleinere de koningen onder hunne broeders zijn. Opdat ze in het laatste geval niet te veel ruimte in beslag zullen nemen, blijft hunne aanplanting in den regel tot de kanten beperkt. Op grootere terreinen daarentegen eischt ook het middengedeelte eenige afwisseling, zoodat ze ook daar op hunne plaats kunnen zijn. Doch men vergete niet, dat een tuin ruim moet zijn en dat veelheid van beplanting haar niet benauwen mag.

Rij het aanleggen van heesterperken houdt men in tien regel te weinig rekening met de hoogte en den omvang, die de heesters na verloop van jaren aannemen zullen. Wat op het oogenblik der planting het grootst is, dat zet men niet zelden in het midden en wat op het oogenblik lager is, daar rondom heen. in het zoet vertrouwen, dat een perk, hetwelk er in den beginne zoo regelmatig uitziet, ook altijd wel zoo regelmatig blijven zal. Doch hoe wreed zal de ontgoocheling zijn! Na verloop van weinig jaren reeds heeft het perk een zeer onregelmatig aanzien gekregen. De ééne heester groeide snel, de andere langzaam, al naar zijn aard, en wat oorspronkelijk het kleinste was, dat wordt niet zelden een struik van beteekenis. Dan wordt er naar bijl, mes of heggeschaar gegrepen en wat te hoog is, wordt ingekort; de regelmaat wordt weer hersteld. Doch voor hoe lang? Rn ten koste van hoeveel bloem? En de eertijds schoone heesters, ze zijn caricaturen geworden! Waarlijk: men moet bij het beplanten van een heestervak niet vragen, hoe groot de heesters op dat oogenblik zijn, maar hoe groot ze na verloop van tijd zullen worden. Men moet zijn materieel kennen en daarmee weten te werken.

Met dien verschillenden groei staat ook de verschillende afstand tusschen de heesters in het nauwste verband. In den regel plant men te dicht en te regelmatig. De éene heester heeft nu eenmaal voor haar volledige ontwikkeling meer ruimte noodig dan een andere en daar wordt veelal nog te weinig op gelet.

Rovendien eischt men veelal, dat de afstand tusschen de buitenste rij en het gras overal even groot zal zijn. Ook dat is verkeerd, althans wanneer die rij uit verschillende soorten bestaat. Het geeft daarbij een stijf en afgerond voorkomen, zooals men dat buiten in de natuur ook nimmer vinden zal. Neen: waar een heester te ver vooruitspringt, daar moet niet de heester terug, maar daar

Sluiten