is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het0<U fÜOtf fVa" otnvang, zijn werkelijk hun plaats wel waard. Het is over het algemeen voor alle bladheesters wenschelijk dat

" 'eder l"" fl'nk W°rden in£ekort Zoodoende Krijgt men zware nieuwe scheuten, hetgeen aan de bladontwikkelintr

ten goede komt Onder de bloemheesters vindt men ook heel wat

toTdï Kinret b°nt bla?' die daardoor in zekere» ™ ook al weer tot de bladheesters gerekend kunnen worden. Om zooveel moge-

de«wJ ln u tC Proflteeren- w°rden ze, in tegenstelling van e eigenlijke bladheesters, zoo min mogelijk gesnoeid

Besheesters. Wat de bloemheesters in het voorjaar en in

whiter Hpt /'J" de befheesters in den herfst en in den

winter Het zijn in de eerste plaats de Hulst, de Sneeuwbes de

Hagedoorn, de Kornoelje, de Berberis en de Cotoneaster, die'aan

het grauwe wintertooneel nog eenige levendigheid bijzetten en

et™ :neel V°°r allej;aardigste winter-bouquetten kunnen leveren.

kaal en 1 CWa^ °nuder h°u°Se b°0men- Het ka» zoo

een enk ^ h °\ gC boomen ziJn' zoodat men er gaarne

toe Maal torh6 r ^ groe,en- niet aIle lee»en zich daar-

£!« J Z,jn V Senoeg. om keuze te hebben. De Vogelkers de Sleedoorn, de Hagedoorn, de Hazelnoot, de Kornoelje

...?neeU®bf d,e (flder.sche roos. de Vlier, de Kleine eschdoorn,' Acer cainpestre, de Jasmijn en de Liguster, zij kunnen het er mits de schaduw niet al te donker is, zeer goed volhouden. En wenscht men andere, die ook gedurende den winter hun blad blijven

Taxus pn (\°0h U,!t dCn Hulst' den Rododendron. den

iaxus en den Buxus zijne keuze doen.

sn°eien van bloemheesters. Er wordt bij het snoeien van bloemheesters vaak heel wat gezondigd. Verreweg de meeste worden, b.jna in den letterlijken zin van het woord, over één

Dembloemtet e" daar SChuilt J'Uist de wortel van het kwaad.

7 ?■ m°gen niet >>Seschoren« worden. Zoodra de

knint aaf Z ,'} te PaS k°mt' d'e alle kroontjes vlak en gelijk kmpt, zijn ze bedorven en er zijn jaren voor noodig. om ze weer

ot hun natuurlijken vorm en oorspronkelijke schoonheid teruo- te

brengen. Iedere sierheester heeft zijn eigen groeiwijze, zijn eten

LT.chc;„orm *■da'is h"in de-- p'-«.«"éhoX

Het spreekt evenwel van zelf. dat men van tijd tot tijd nu ens hier en dan weer daar ingrijpen moet, om een heester in al