Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat ze door gebrek aan vocht langzamerhand sterven. De stengels en bladeren laten nu van zelf los, de knollen worden van de meeste aarde ontdaan en daarna op een droog en vorstvrij plekje overwinterd.

De Leliën zijn de koninginnen onder de bloemen. Van de Lilium auratum en de L. gtganteum, de reuzenlelie van de Himalaya, wil ik hier niet spreken; men zou ze allicht te kostbaar vinden. Maar de Witte lelie, L. candiduui, de trompetvormige L. longijlorum, de L. speciosum in haar verscheidenheden van het zuiverste wit tot het diepste donkerrood, de L. elegans met haar vele prachtige variëteiten, en andere meer, zij paren een buitengewone schoonheid aan billijkheid in prijs. Vooral in kleine groepjes bijeen geplant, trekken zij de opmerkzaamheid. Men plant ze Ir 10 c.m. diep en geeft ze een bepaald vruchtbaren grond. Een weinig bedekking in den winter is wel niet noodig, maar verdient toch aanbeveling. Daarbij is het goed, ze om de jaar of drie-vier te verplanten en daarbij den grond zooveel mogelijk te vernieuwen.

De M o n t b r e t i a's zijn prachtige planten, die niet al te hoog worden en zich door een buitengewoon rijken bloei onderscheiden. In hun voorkomen hebben ze wel iets van moerasplanten en werkelijk kunnen ze heel wat water gebruiken. Zij vermenigvuldigen zich, waar ze het naar den zin hebben, ongelooflijk snel, zoodat ze zich van jaar tot jaar uitbreiden. Evenwel: volkomen winterhard zijn ze niet. Ze dienen dus een kleine bedekking van blad of iets anders te ontvangen, waar ze gedurende den winter het heel goed onder kunnen stellen Mocht dat in bijzonder natte en stugge gronden niet voldoende zijn, dan kan men de knolletjes in den herfst uit den grond nemen en vochtvrij overwinteren, om ze in Maart weer te planten Als de afgesneden bloemen ook nog in een bouquet te gebruiken waren, dan zouden ze ongetwijfeld heel wat hooger in aanzien staan.

De Muscari's of Blauwe druifjes vindt men bijna overal. Zelfs in den slechtsten grond willen ze nog tieren, al worden ze er niet bijzonder groot'en ook met een plekje in de schaduw stellen ze zich nog tevreden. Hier en daar in het gras of tusschen het heestergewas doen ze het werkelijk aardig.

Als er éen voorjaarsbloeier is, die zich naast het sneeuwklokje in een algemeene verspreiding mag verheugen, dan is het onge-

Sluiten