is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de herfstplanting worden de kronen, onverschillig of ze van de stam- of van de struikrozen zijn, in het geheel niet teruggesneden. De struikrozen worden met de omliggende aarde aangehoogd, zoodat de ondereinden der takken in het heuveltje verscholen liggen. Verder wordt er blad of turfstrooisel tusschen gebracht, dat met wat dennetakken wordt afgedekt. Zoodra de winter voorbij is, wordt de heele bedekking weggenomen. Wacht men hiermee te lang, dan loopen de oogen te zeer uit en breken de jonge teere scheutjes gemakkelijk af. Al het fijne hout wordt nu verwijderd en de blijvende takken worden op 3 a 4 oogen teruggesneden. Zoo kan men een flink schot verwachten en van een weligen groei verzekerd zijn. Rij de stamrozen handelt men evenzoo, doch hun stammen worden tegen den winter geheel op den grond gebogen en hun kroon geheel met aarde gedekt.

Het snoeien. I. De vootjacirssnoei. Het snoeien van rozen biedt weinig moeilijkheid. Het geschiedt korten tijd nadat ze onder hun winterdek vandaan gekomen zijn. Hetzelfde voorschrift, dat bij de heesters gegeven is, geldt ook hier: de kronen moeten van binnen open en luchtig gehouden worden. Nog te veel is het daar een warnest van fijne twijgjes, waar niemand zijn hand in wagen durft. Al dat fijne hout moet er uit. Ook de zware waterloten, die vaak zulke reusachtige afmetingen aan kunnen nemen, alle twijgen, die elkander kruisen of. erger nog, langs elkander schuren, benevens alle andere, die zonder bezwaar gemist kunnen worden, worden tot op den voet weggesneden, zoodat er zelfs geen spoor van overblijft. Alleen de krachtigste takken, krachtig in verhouding tot de andere — want dat kan bij de verschillende soorten heel wat uit elkander loopen — en die tevens door hun stand er zich toe leenen om een

mooie ronde kroon te vormen, blijven behouden. Die verder te snoeien, is nu gemakkelijk genoeg. Zij worden tot op drie a vier oogen ingekort, in dier voege evenwel, dat het eindoog altijd naar buiten wijst en men een mooie ronde kroon verwachten kan.

Alleen de Thee- en de fijnere Noisetterozen blijven zoo goed als ongesnoeid. Zij worden

in het voorjaar, dus na de overwintering, van Een

roos na het

hun doode en te dicht staande twijgjes ont- snoeien.