Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en sterven. In een serre of gesloten veranda, die gedurende den winter vorstvrij gehouden wordt, kan men dezulke niet alleen in het leven houden, maar men kan er zich tevens een bron van genot in verschaffen. Zelfs een goed verlicht woonvertrek, voor dit doel afgezonderd, kan voldoende zijn. Een eerste vereischte van zulk een inrichting is een goede verlichting en eene ligging op het Zuiden. Daarbij mag de thermometer in den winter nooit onder het vriespunt dalen, terwijl men er vooral in het voorjaar voor zorgen moet, dat hij niet te hoog oploopt en in ieder geval de 80" niet overschrijdt. Gedurende den nacht mag hij evenmin te laag staan en dient hij liefst boven de 40" te blijven. Zoo lang men de kachel stookt, dienen er bakken met water hier en daar neergezet of de vloer van tijd tot tijd besproeid te worden, teneinde de lucht vochtig te houden. Want behoorlijk gieten en een vochtige lucht zijn voor het leven der planten beslist noodzakelijk. Bij een te droge lucht zal men met allerlei ongemak te kampen hebben. In het voorjaar, in Maart of April te beginnen, moet er bij felle zonneschijn geschermd worden, om de al te groote hitte af te weren.

Niet slechts, dat men in zoo'n vertrek wat men zelf heeft opgekweekt. overwinteren en goed houden kan, maar ook oudere planten, erfstukken uit de familie soms, vinden er in het koude jaargetijde een goede bewaarplaats, terwijl het een herstellingsoord voor zieke kamerplanten en een uitnemende verblijfplaats voor groote kuipplanten is, die des zomers buiten staan, zooals de Agaves, de Phormiums. de Laurieren en dergelijke meer. Zoo'n vertrek, wél verlicht en wèl verzorgd, kan een wintertuin in het klein zijn en een bron van vreugde wezen.

Het beschermen van vogels. Mogen ook de musschen in het jonge zaaisel soms groote verwoestingen aanrichten, dat neemt toch niet weg, dat verreweg de meeste vogels — en het zijn vooral de kleinere, — door het verdelgen van duizenden insecten, eieren en larven, hoogst nuttig zijn. De verschillende meezensoorten, zooals de koolmees, de pimpelmees, de kuifmees, de zwarte en de zwartkopmees, benevens het boomkruipertje, de boomklever, de draaihals, de vliegenvanger en het gekraagde roodstaartje, maken zich in dit opzicht bijzonder verdienstelijk en oud zoowel als jong schept er een genoegen in, wanneer één hunner zijne tenten ergens in den tuin heeft opgeslagen. Een

Sluiten