Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruik van maken, dan legt men een dnbbele rij erwten, 10 c.m. van elkaar, in het midden en plaatst het rijs ter weerszijden. In het eerste geval staan de erwten dus aan den buiten-, in het laatste aan den binnenkant, waar ze veel minder van den wind te lijden zullen hebben. Hij gebrek aan rijs kan men ook van zoogenaamd wijdmazig kippengaas gebruik maken. De eerste kosten zijn wel wat hoog, maar als men het des winters binnenbrengt, dan kan men er jaren mee toe. Bovendien, de erwten hechten er zich voorbeeldig aan vast. Met de vroege soorten kan men half Februari reeds beginnen te leggen. Men legt ze in de rij 3 c M. van elkander, in vochtige gronden 3 a 4, in droge 5 a 6 c.M. diep. Van te voren wordt een geultje gemaakt om ze er in te strooien, dat daarna weer gevuld en aangedrukt wordt.

De Aprildopper is bijzonder vroeg en geeft toch een goede opbrengst. Iets later komen de gewone Meidopper, de Reuzenkrombek en de Telefoon, terwijl de lage groene en de hooge groene tot de late soorten behooren. De lage witte Capucijner is bijzonder geschikt voor den inmaak. Men dient ze te plukken, als de erwten nog slechts half volwassen zijn, omdat ze anders te hard van schil wordt. Ook is ze bijzonder geschikt, om gedroogd gegeten te worden.

Erwten: Peulen aan r ij s gekweekt. Het telen van peulen aan rijs geeft dezelfde voordeelen als de overeenkomstige teelt van doperwten. Ook in alle andere opzichten komt de teelt van beide volkomen met elkander overeen. Een paar van de vroegste soorten zijn de vroege Hendrikspeul en de Veertigdaagsche. Heide kan men reeds half Maart beginnen te leggen. Iets later komen de gewone suikerpeulen. Nog later zijn de gr 00 te Krombek- of Slierpeul en de Moerheims reusenpeul.

Kardoen. De kardoen zaait men in het begin van Mei in den kouden bak of buiten in den vollen grond. Men doet dit laatste onmidddellijk ter bestemder plaatse in putjes ter diepte van 15 a 20 c.M. Telkens worden er drie zaden bij elkander gelegd. Van de opgekomen plantjes laat men slechts het krachtigste doorgroeien. Op elk bed komt slechts een enkele rij te staan, precies in het midden. In de rij krijgen de planten een afstand van 1 M. a 1.20 M. De vrij gebleven grond kan voor de teelt van andere, lage groenten gebruikt worden.

Een krachtig bemeste grond is een eerste vereischte. In den loop van den zomer krijgen de planten bovendien een paar malen

Sluiten