Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de pruimen: Queen Victoria, Aug.

Reine Claude, Sept.

Van de perziken: Alexander, Juli.

Waterloo, Juli.

Dubbele Montagne, Sept. en Oct.

Van de abrikozen: liredasche, Juli.

Dubbele Oranje-abrikoos, Aug.

Men plant de appelen 4 M., de peren en pruimen 3 M. en de perziken en abrikozen 2 M. uit elkaar. Hij het snoeien bepaalt men zich uitsluitend tot het uitlichten van zulke takken, die er te veel in staan. De kronen moeten luchtig zijn, dat is hoofdzaak. Het spreekt van zelf, dat de grond onder deze boomen, wier onderste takken zoo laag staan, niet met gras begroeid mag zijn. Ze wordt elk voorjaar na de bemesting omgespit en des zomers van tijd tot tijd geschoffeld. Het onderhoud van den grond kost hier dus meer tijd dan bij de kroonboomen, doch deze meerdere moeite wordt door de eerder intredende vruchtbaarheid ruimschoots vergoed. Wanneer de aanplanting van eenige uitgebreidheid worden zal, doet men het beste, de boomen op bedden te planten, aanvankelijk, met de voor mee, ter breedte van 1.50 M. De vrijblijvende bedden kunnen dan voor de teelt van bessen en frambozen en de ruimte tusschen de boomen onderling voor die van aardbeien bestemd worden. Men zorge daarbij evenwel, op eenigen afstand van de boomen te blijven. Naarmate deze zich uitbreiden, zal men de tusschenplanting moeten inkrimpen, om ze ten slotte geheel op te ruimen. Maar dan is ook de tijd gekomen, dat men van de boomen reeds oogsten kan.

De Kweepeer. De kweepeer kan ook nog gevoeglijk tot de vruchtboomen gerekend worden. Veel treft men hem niet aan. Hij groeit uitstekend op lage gronden en is bovendien in Mei een prachtige bloeier. Ook in het najaar, als hij met vruchten beladen is, mag hij zich laten zien. Voor kleinere tuinen deugt hij niet, omdat hij op den duur te groot wordt, maar bij waterpartijen kan hij een prachtig effect maken.

Pyramiden en Spilvormen. Wie meer van stijve vormboomen dan van losse struiken houdt, die plante pyramiden en spilvormen. De laatste zijn alleen door hun slanken vorm van de eerste te onderscheiden. Zij zijn in doorsnede van onderen zelden breeder dan 1 M., terwijl de pyramiden het zeer goed tot 3 M.

Sluiten