Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houden op het vruchthout, dat zich onder aan de gesteltakken bevindt. Zoolang dit krachtig en gezond is en geregeld bloemknoppen voortbrengt — het vruchtdragen hangt van vele bijzaken af — kan men den tak op normale wijze zich laten verlengen. Doch zoodra het vruchthout aan het ondereinde begint te kwijnen, moet de verlenging van den tak geheel of gedeeltelijk achterwege blijven. Het voedsel, dat op deze wijze wordt uitgespaard, kan nu aan dat onderste vruchthout ten goede komen.

9U. Soms ziet men een pyramide, die bijna een kroonboom geworden is, of een leiboom, die ver boven de dakgoot of schutting uitsteekt. De onderste takken zijn zwak gebleven, de bovenste hebben zich krachtig ontwikkeld. Aan vruchten in den top ontbreekt het in den regel niet. Daarvan nog een vormboom ie willen maken, zou in de eerste plaats onpractisch en in de tweede plaats ondoenlijk wezen. Men doet dan beter, de onderste takken, voor zoover ze nooit vrucht geven, geheel weg te kappen en van den boom een behoorlijken hoog- of halfstam-kroonboom te maken. Het twijfelachtig voorkomen zal dan tevens verdwijnen. Intusschen: een schitterend voorbeeld van zorgvuldig toegepaste kweekerskunst is zoo n boom niet. Alleen de ergste vervvaarloozing kan zoo iets ten gevolge hebben. Waar evenwel de groei niet te breidelen was, doordien de boom op zijn eigen wildling stond, daar is het niet te verwonderen, dat men door allerlei tegenspoed teleurgesteld, hem ten slotte zijn gang liet gaan. Maar daardoor juist is het bij den aankoop van zooveel te meeer belang, om op den onderstam te letten. Voor snoeren, Uvormen, palmet-candelabres met vier takken en spilvormen moet. uitzonderingen daargelaten, de peer op kwee en de appel op paradijs of doucin veredeld zijn. Voor grootere vormen hangt het meer van de grondsoorten af, welken onderstam men kiezen zal. Men raadplege in dit opzicht, het zij herhaald, den leverancier, dien men tot oordeelen bevoegd mag rekenen.

10". Ten slotte rest nog het verschijnsel te bespreken, dat de boomen met mos en korstmos overdekt zijn. Dat mag niet, want het zijn de schuilplaatsen van allerlei schadelijke insecten. Daarom worden stam en takken in den voorwinter met witkalk bestreken, waaraan men desgewenscht wat ijzervitriool toevoegen kan. Een ouas witkwast of een handvegertje kan men uitstekend tot dit doel gebruiken. Het kan daarbij volstrekt geen kwaad, als ook de

Sluiten