is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nissen der hoofdtakken behouden moeten blijven. Op eenige uitbreiding van de plant moet daarbij tevens gerekend worden.

Zoowel de kruisbessen als de aalbessen hebben eene bijzondere neiging om op plaatsen, waar men het soms in het geheel niet vermoeden zou, zware houtloten voort te brengen. Indien men deze voor de vulling van de een of andere opening gebruiken kan, dan blijven zij behouden. Maar anders worden zij glad weggesneden Vooral in het midden van de struiken mogen zij niet gedoogd worden. Als de een of andere hoofdtak oud en afgeleefd is, dan wordt het tijd, dat hij door een jongere vervangen wordt. Eeu zwaar houtlot, dat dicht aan zijnen voet ontstaat, leent zich daar uitnemend toe. Toch verdient het geen aanbeveling, om oude struiken op deze wijze te verjongen. Men doet beter, ze geheel op te ruimen en door jonge twee- of driejarige te vervangen. Gemakkelijk kan men deze zelf aankweeken, door de zware houtloten, teruggesneden op ruim een voet lengte, in Februari of Maart te stekken. Ze worden daarbij zoo diep in den grond gestoken, dat slechts een enkel oog er boven blijft. Toch is de prijs der struiken niet van dien aard, dat men tegen den aankoop behoeft op te zien.

De wintersnoei bepaalt zich tot het nazien van het vruchthout, omdat het licht gebeuren kan, dat in den zomer een enkel takje vergeten is Dat wordt dan óf op 10 a 12 c.M. ingekort of geheel weggesneden, al naar zijn standplaats en ontwikkeling het voorschrijven. Bovendien worden de verlengenissen van de hoofdtakken en de behouden gebleven zware houtscheuten, die eenmaal hoofdtakken moeten worden, tot op de helft ingekort. Al hunne oogen zullen dan uitloopen en vruchthout geven. Alleen het bovenste oog laat men vrij doorgroeien, opdat het weer de verlengenis geven kan.

Hoewel de bessen ook in de half-schaduw nog willen groeien, ontwikkelen ze zich toch beter, als ze in de volle zon staan. Daarbij houden ze van een goed gemesten, vochtigen grond. Voor een kleine gifte uit den beerput zijn ze bijzonder dankbaar. Trouwens, geen enkele mestsoort, die niet van hunne gading is. Bemoste takken kan men het beste glad en schoon krijgen, door er bij winterdag wat verdunde beer over te gieten. Heel appetijtelijk zien ze er dan niet uit, maar .... de regen spoelt ze wel weer schoon.

Als vrucht- en sierboompjes tevens staan de aal- en kruisbessen