Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phaat ook in het voorjaar uitgestrooid; alle ilrie moeten een weinig worden ondergespit. Patent-kali mag in najaar en voorjaar worden uitgestrooid en behoeft met te worden ondergespit. Van zwavelzuren ammoniak geeft men in Februari, van chili in Maart de helft, terwijl de andere helft van den zwavelz. atnm. begin Mei en van de chili begin Juni wordt gegeven; geen van beide behoeft te worden ondergespit. Wie zóó mest, kan van zijn frambozen een goed gewas en een rijke opbrengst verwachten.

Op zandgrond vooral, doch ook op vele kleigronden, zal het noodig zijn om de 5 of 6 jaar per Are 10 a 15 K.G. kalk te

geven, zoo mogelijk steeds in 't najaar.

* *

*

Het verkrijgen van jonge planten geeft weinig moeite. Er komen er vaak veel meer dan noodig en goed is. het zaaien van frambozen gaat heel goed, wordt echter alleen gedaan met het doel nieuwe variëteiten te krijgen, want de gewone vermenigvuldiging gaat zóó vlug en zoo gemakkelijk, dat het zaaien in gewone omstandigheden niet wordt gedaan. De worteluitloopers (nieuwe planten) komen zelfs tot twee a drie Meter van de oude planten uit den grond.

Die scheuten, welke dicht bij de moederplant staan, zijn de sterkste en de beste; deze worden afgestoken (met wortel natuurlijk), en kunnen als jonge planten dienen; ze zijn dan één zomer oud. Neemt men scheuten van bedden, welke vrucht moeten dragen, dan ziet men natuurlijk toe, dat men niet die scheuten neemt, welke 't bed op de rij moeten vullen; men neemt dus die, welke te ver van de moederplant afstaan en niet in aanmerking komen om te worden aangebonden en als vruchtdrager dienst te doen.

In de kweekerijen gaat het verkrijgen van jonge planten eenigszins anders. Daar let men enkel op liet kweeken van jonge planten en niet op de vruchten. In het voorjaar of najaar wordt een hoek met jonge planten uitgepoot op afstanden van 60 c.M , in het voorjaar wordt er nog een paar maal geschoffeld, totdat de jonge scheuten, op verschillende plaatsen op den akker, ook tusschen de rijen, opkomen. De akker wordt steeds gewied, zoodat de jonge scheuten ongehinderd kunnen doorgroeien, lu het najaar zijn de scheuten niet zelden van 1 a IV2 c.M. lang en goed stevig; ze zijn dan over den geheelen akker verspreid en worden als jonge planten gerooid. Zijn ze nog wat klein, dan worden de grootste uitgezocht, terwijl de kleinste in het voorjaar worden afgesneden, waarna zich weer nieuwe schetiten ontwikkelen, die dat jaar zwaar genoeg worden.

Ook worden de jonge planten nog wel verkregen op een andere wijze. Eind Mei, wanneer de jonge scheutjes een handbreed lang ziin, steekt men ze voorzichtig mei een plantschopje of ander werktuig op, zoodat ze een weinig wortel behouden. Uitgepoot op een plekje in den schaduw, zullen ze spoedig doorgroeien en in het najaar vrij goede planten leveren. Over het algemeen zijn frissche, jonge planten, met een goed, jong wortelgestel, beter dan die, welke verkregen worden door de oude stuk te scheuren.

* *

#

Het aanleggen der bedden. Het indeelen der bedden kan op verschillende manieren geschieden, 't Doet er ook weinig toe, hoe een bed wordt aangelegd als het maar goed gedaan wordt.

Particulieren zijn vaak genoodzaakt om de ruimte wat te

Sluiten