Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ietwat droge maatschappelijk en burgerlijk leven. Meermalen zal hem de ernst te ernstig en het nuttige hem te nuttig zijn geweest. Hoezeer geenszins een onvormelijk man, genoten de vormen allerminst de eer zijner liefde. Daarvoor was hij te waar, te oprecht, te echt. Hoe haatte hij alle aanstellerij! En vonden in zijn goedig hart de toorn en de bitterheid weieens plaats, dan was dat zeker, waar hij een „Tartufïe" tegenover zich zag- de aanstellerij, door vertoon van godsvrucht tot huichelarij gestegen. Het kerkelijke leven van zijn jeugd had ongetwijfeld te veel kunstmatigs om zijn hart te stelen; misschien ook zijn de ontmoetingen en wedervaringen juist niet van de aangenaamste geweest, voor iemand van zijn aard en aanleg. Van het komische en verholen kluchtige der preekmethode was nog op lateren leeftijd zijn brein vol. Met zijn talent van nabootsen heeft hij, in de kerk, heel iets anders geleerd, dan de geloofswaarheden uit de belijdenis of de wijze antwoorden van den Catechismus. Hoe volkomen getrouw kon hij den ouderwetschen preektoon doen klinken, ook dien, aangeslagen in gesprekken door de heeren geestelijken gevoerd ; op dezelfde wijs als hij bedriegelijk juist wist te hooren te geven, hoe in het groote kerkgebouw de eerste geluiden van den preekstoel komend geheel en al onverstaanbaar waren ; bij syllaben duidelijker werden, totdat eindelijk de woorden konden worden genoten en tot zin te worden samengevoegd. Doch mocht het openbaar godsdienstig leven hem stof leveren voor aardigheden, waar het hem niet schenken kon wat zijn gemoed — in de diepste diepte zoo ernstig — vermocht te stichten, het hoogere, dat zich niet bezoedelde, het waarlijk religieuse, heeft hij nooit bespot. Daarvoor was hijzelf niet alleen te fijn-gevoelig, maar ook te zeer gemoedsmensch. De spot kwam eerst als de hypocriet zich aanmeldde, en wie Van Maurik goed genoeg gekend had, zou zeker de voor-

Sluiten