Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kapot, psychisch hebben ze me gebroken. Mijn hart schreit binnen in me."

Ja, 't was waar, zijn hart schreide binnen in hem; — ni]

heeft zich ziek en dood geweend.

Ach had ;de natuur hem maar iets steviger gepantserd den

bitteren levensstrijd ingejaagd! Aan moed ontbrak het hem

geenszins.

Hij held, zóó kwetsbaar !

Aan zijn graf is, naar zijn uitgedrukt verlangen, niet gesproken. Gelukkig! — Hoe licht had men een woord te veel ge-

zegd.... .

Nu daalde zijn doodkist, waarmede hij, de hemel weet hoe

lang reeds vertrouwd was geworden, stille neder; en de gure

najaarswind, de teere bloemen op zijn graf in hun zachte

kleuren, de vochtige oogen en de bevende lippen van allen die

daar zwegen, gaven zoo diep-aandoenlijk te verstaan, de eene

verzuchting, die bij deze groeve paste: Arme kerel.... vaarwel!

❖ *

„Justus van Maurik had bij de tweeheid van zijn wezen toch nog iets van een kind" — schrijft J. de Koo. Zoo is het.

Kinderlijk is hij 'gebleven tot aan zijn dood. Hij kon blij zijn als een kind, hij kon genieten als een kind, bovenal als hij vertelde van vroeger dagen, van zijn jongenstijd, van ,de Poppenkasten, van „het Water", van zijn guitenstreken. In het laatst van zijn leven sprak hij gaarne over zijn jongenstijd.

Een Haarlemsch vriendje, voor luttel maanden met speelgoed verblijdende, veel volkomener dan in zijn jeugd, met schepen en toestellen om een zeeslag na te bootsen, gaf hij er als voorbeeld eene voorstelling van: Het Zeetafereel, mee. Hij deed den Poppenkastbaas Mullens na, — zooals deze, vroeger,

Sluiten