Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Haag ging, was het ook 't geval in die reeks provinciesteden, in groote en kleine gemeenten, waar zijn komst een feest, een heugelijk gebeurtenis was en men nog weken lang over dat eenig onthaal sprak.

Voor „Oefening's" werkende leden was, na afloop der eigenlijke lezing nog het bijzonder genoegen weggelegd, met den eenig-onuitputtelijken, humoristischen verteller gezamelijk aan te zitten aan het „servetje." Daar was Van Maurik eigenlijk de amphytrion; zonder ophouden vloeide er van zijnentwege een bron van anekdoten, dwaasheden, en grappige avonturen, die hij op zulk eene éénige wijs in kleuren en geuren voordroeg, dat ééne schaterbui van het begin tot het einde die allerdolste moppen begeleidde. Als Van Maurik ons dan in het Jodenkwartier bracht en daaruit uien en dwaze typen voortooverde, was hij in zijn echte element.

En hij, die allen zoo hartelijk en smakelijk kon doen lachen, was in werkelijkheid de grootste melanchololicus onder ons. Wat hij anderen in vollen mate bracht en schonk, bleef hem zelf onthouden.

Jaren lang en door het geheele land heeft Justus van Maurik voordrachten van eigen werk gehouden, tot het vermoeiende der reizen, het gevaar voor verslimmering der rhumatiek, maar bovenal de zorg voor zijne zaak hem deden besluiten het te staken.

Waar Justus van Maurik ook sprak, overal waren de gehoorzalen te klein, overal kwamen zoowel lieden uit den eersten als uit den burgerstand toestroomen. Sociëteiten, Vereenigingen, Departementen der Maatschappij „Tot nut van 't Algemeen" zagen hun ledental aanmerkelijk uitbreiden, zoodra de mare ging: „Justus van Maurik komt!"

Hij moge bij zijne voordrachten der verhalen uit het volk het gemoed hebben getroffen, bij het komische gedeelte deed hij de toeschouwers tranen lachen.

Allen nam hij voor zich in. Waar Justus van Maurik kwam, werd het feest, dat stof gaf tot vele winteravondgesprekken. De bestuurderen van vereenigingen en maatschappijen genoten dubbel, want op het „nabroodje", waar het ongedwongen toeging, deed Van Maurik de notabelsten en deftigsten zelfs uit den plooi en bracht hen door zijne grappen, door het nabootsen van typen en taal en gebaar onbedaarlijk lachen.

Sluiten