Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En groeien doet in welvaart en vermogen,

De vreugd perst ons de tranen uit onze oogen, Des roepen wij, vervrolijkt in den geest:

Gods zegen dauwe op u, in 't jubelfeest!

Gij, Raaden, die aan 'troer der stad verheven, Ons schenkt een zoet, een stil en vreedzaam leven: Gij, Vaderen en Moeders, die uw zweet Zoo trouw tot heil van 't Weezental besteedt. Gij, Amstelskerk, die, door uw milde driften, Ons hart vervuld met dankbare offergiften ;

Verwagt van God, als alles is geweest, De gloriekroon, in 'teeuwig jubelfeest!

Niet waar, te oordeelen naar deze gedichten scheen 't wel of heel Amsterdam opging in het 100-jarig bestaan van 't Weeshuis. *)

In 1832 werd het 175 jarig bestaan plechtig herdacht, doch oinstandigheden eischten eenig uitstel van de feestelijke viering. Onze stad werd door de Cholera bezocht en een 50tal weesjongens bevonden zich in militairen dienst, ten gevolge der Belgische onlusten, waarom de feestviering 25 Sept. 1833 plaatsvondt.

Alzoo: dagen van vreugd maar ook van angstige zorg kende dit Huis. Omstreeks 1838 dreigde het te verzakken. Er moest een belangrijke verbouwing geschieden, die in 1838 begonnen, in 1843 eindigde, bijna f124.000 kostte, waarin alweder voor het grootste deel door bijdragen van de gemeente voorzien werd. f) Maar daar naderde het tweede eeuwfeest in 1857, dat op zeer luisterijke wijze gevierd werd.

*) Zie aanteekening 5.

t) Zie aanteekening 6

Sluiten