Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dus van het kerkgenootschap afgescheiden is, de kerken en kerkelijke goederen behouden, die zij in gemeenschap met het kerkgenootschap bezit ? En dan de minderheden in eene gemeente? Stel er zijn in eene gemeente 200 die de afgezette leeraren en ouderlingen als hunne wettige opzieners blijven erkennen, en 190 die zich aan de Synode houden ; wat dan ? Wat moet de Minister doen; wat zal de rechter, wiens oordeel toch ingeroepen zal moeten worden, er van zeggen ?

En in het omgekeerde geval, zoo de Synode vrijheid laat aan een ieder om te doen wat goed is in zijne oogen, is dan de ontbinding, tengevolge van grenzelooze verwarring, niet waarschijnlijk? Zou zij, in zulk een geval, zich zelve niet onbevoegd verklaren om langer Synode te zijn ?

Zoo ernstig als thans de zaken staan, hebben ze nog nooit gestaan.

Toch acht ik het niet onmogelijk dat er wel iets op gevonden zal worden. Slechts eene betrekkelijk kleine groep wil scheiding, en dan nog alleen met behoud van traktement en kerkegoed, als nationaal erfdeel der vaderen. Zonder dit wil ook deze groep geen scheiding. Er is dus, in weerwil van alle verdeeldheid, eenheid op dit ééne punt. Het komt er nu maar op aan eene wijze van samenleving te vinden. De Synode des vorigen jaars schijnt daarin niet gelukkig geslaagd te zijn. Misschien slaagt die van dit jaar beter.

//Zij hebben Mijn woord verworpen," staat er ergens geschreven, ,/wat wijsheid zouden ze dan hebben ?" O, mijn vriend, zoo dikwijls denk ik aan dit woord, als ik zie, hoe de Hijbei in theorie als vergood wordt, en in de praktijk verloochend ; hoe in plaats van het Evangelie onzes Heeren Jezus Christus menschelijke wijsheid en kansberekening, zelfs de kinderen Gods gevangen houdt.

-O Juni 1879.

Waarde Vriend /

Er is in de laatste weken weder het een en ander gebeurd dat u belangstelling kan inboezemen, en dat ons in Nederland weder diep schokt.

Sluiten