Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 December 187.9.

Waarde Vriend!

Tot mijn leedwezen heb ik bemerkt, dat ik mij, in mijn vorigen brief, al weder eene berisping heb waardig gemaakt. Wellicht meer dan één, maar op 't oogenblik weet ik nog maar van ééne, en wel van wege de uitdrukking: „burger pot." Ik heb er niet aan gedacht, dat iemand zich aan dat woord zou kunnen stooten. Toch is het geschied. Wen schijnt het opgevat te hebben als eene klacht of aanmerking, terwijl het juist mijne bedoeling was niet het fijne maar het degelijke van den maaltijd te constateeren. Doch daar bedoelingen onder de menschen niet gelden, en we alleen beoordeeld worden naar onze woorden, trek ik dit woord, zonder eenigszinsbehoud, in, en verzoek u het te beschouwen als niet geschreven. Het was, nu ik beter ingelicht ben, aangaande den inhoud en den omvang van het begrip, dat ik door dit woord wilde uitdrukken, een gevolg van mijne onkunde.

Zoo gebeurt er bij dergelijke gelegenheden licht iets, dat minder aangenaam aandoet. Mij althans ging het zoo, toen ik in de Wekstem las wat ik gesproken had. Ik ben mij niet bewust gezegd te hebben, wat de geachte reporter mij heeft laten zeggen. Evenwel hecht ik daar niet veel aan. Mijne woorden wegen geen ponden, en voor 't publiek is 'I van geen belang. Alleen wil ik u er opmerkzaam op maken, dat ik niet gesproken heb van de vreeze des Heeren als het hart der theologie. Mijn denkbeeld was geheel anders. Naar aanleiding van het feit, dat de theologie in vroeger eeuwen de koningin der wetenschappen genaamd werd, en dat zij thans aan onze Rijksuniversiteiten tot slippendraagster verlaagd is, sprak ik mijne gedachte uit, dat wij ons over die vernedering niet te zeer moeten verontrusten. Mijns bedunkens is de theologie het hart der wetenschap. De wetenschap zonder de theologie heft ten slotte het onderscheid tusschen mensch en dier op. De theologie is het hart van alle weten, het binnenste van den kring der wetenschappen, den mensch ter beoefening gegeven, het hart, waaruit ook voor de beoefening der wetenschap, de uitgangen des levens zijn. En ik bedoelde daarmede de theo-

Sluiten