Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemd was, en al is hij de maker niet van het bekende: „Wein, Weib und Gesang," dat het in zijn geest is, is zeker. Dichter, componist, hervormer der Duitsche taal, is Luther volksman bij uitnemendheid. De kinderen van dit geslacht, die Luther vereeren zonder het vrijmakend en hartreinigend geloof des Hervormers te bezitten, hebben echter niet den geheelen Luther, blijven voor het raadsel van zulk eene persoonlijkheid staan en stichten, naar het treffende woord van da Costa, //een ander werk en op een anderen grond.'

Onze tijd, zoo hoorde ik onlangs een broeder zeggen, heeft wel reformatorische neigingen maar geen Reformatoren. Ik geloof dat dit eene ware opmerking is. Ons levensideaal is te vrouwelijk. Luther durfde ongezouten de waarheid zeggen, al was het ook in een geleende toga, omdat de zijne te kaal was om er mede voor eene aanzienlijke vergadering te verschijnen. Wij hebben soms meer zorg voor ons toilet dan voor de eeie Gods, en vallen dood moe in een leuningstoel als we eenmaal in eene week gepreekt hebben. Het is bijna onfatsoenlijk nooit eens iets te mankeeren en zonder versterkende middelen te kunnen leven. Iemand die driemaal in de. week moet preeken hoort dikwerf: ik weet niet hoe je 't uithoudt, ben je nu niet verschrikkelijk afgemat. De Hervormers konden en mochten, in taal die iedereen verstaan kon, hun tegenstanders te woord staan, op en onder den kansel, en wij — ach, wij moeten

vooral humaan zijn !

Het is wel een smartelijk gevoel, mijn vriend, aan alle hervorming, op dit oogenblik te wanhopen. Toch is het voor velen onmogelijk iets anders te gevoelen. Wat ons in dezen tijd sterkt is het geloof aan de waarheid. Indien het protestantisme eens zoover doorwerkt, dat de stelling: dwaling is niet strafbaar, door alle kinderen Gods aangenomen wordt, zonder voorbehoud, en zonder eenige beperking, zoo het recht algemeen wordt erkend, dat iedereen zijne gedachte vrij uit mag zeggen, dan zal er verandering komen, want dan komen wij weder tot het geloof van Luther, dat het woord Gods in de wereld werkt als de donder en de bliksem. Maar wat zal eerst nog moeten wegvallen eer het zoover is!

Gij herinnert u hoe we, in onzen jongen tijd, op de gezelschappen, de oude vromen dikwijls hooren zeggen, dat alle

Sluiten