Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is zoo zonnig, iedere avond zoo ongemeen liefelijk, dat het waarlijk een lust is thans te leven. Het starrenheir met volle getalsterkte, rukt iederen avond, in groot tenue voor ons oog uit, en moeite kost het om eindelijk naar binnen te gaan en de oogen te sluiten. Zoo is het zelfs in ons zwoele, riekend, zwoegend Amsterdam. Wat moet het buiten zijn. Wat moet het zijn in de bosschen, op de bergen en in de dalen, die eerste rangen van de schoone, heerlijke schepping Gods !

Ook hieruit kunnen wij afleiden, waarom God toch eigenlijk inenschen gemaakt heeft. Het was opdat zij kennen, bewonderen, genieten, loven en danken zouden. Of om het kerkelijker uit te drukken, het was, opdat zij God, hunnen Schepper recht kennen, Hem van harte liefhebben, en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zouden, om Hem te loven en te prijzen.

In het leven van enkele menschen wordt, ook na den val, dit doel Gods nog gezien. Wij zijn nu hatelijk en elkander hatende. En zelfs de eerstelingen van Gods schepselen, die gebaard zijn naar den goddelijken wil, door het Woord deiwaarheid, worden niet zelden verteerd door theologischen haat, kerkelijke en staatkundige partijdriften, door wangunst en nijd, als den broeder maar een weinig eer geschonken wordt, die ieder gaarne voor zich zeiven heeft. Kon de apostel Johannes nog in ons midden prediken en ons onophoudelijk toeroepen : kinderkens hebt elkander lief; ik betwijfel het zeer of hij veel vertrouwen onder het volk verwerven zou.

Doch de dagen zijn thans te schoon om ons in beschouwingen van onze hatelijkheid en ellende te verdiepen. Als gij de Hollandsche bladen in handen krijgt, zult gij lezen van een verjaringsfeest, dat Zaterdag 13 dezer te Utrecht werd gehouden. Nicolaas Beets was toen zeventig jaren oud. Heel de republiek der Nederlandsche letteren en kunsten was naar de grijze Bisschopstad getogen, of had hare afgevaardigden gezonden, om haar president geluk te wenschen en met fijne en kostbare geschenken te vereeren. Koningen brachten dezen Koning in het lijk der letteren hunne hulde. Wat Nederland aan aanzienlijke, geleerde, rijk met kunstenaarsgaven bedeelde mannen en vrouwen nog bezit, was daar tegenwoordig of werd daar vertegenwoordigd. En wat al de koningen der aarde en

Sluiten